ECLI:NL:RBROT:2020:2576

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
18 maart 2020
Publicatiedatum
25 maart 2020
Zaaknummer
C/10/593166 / FA RK 20-1730
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 29 lid 1 en 2 WzdArt. 37 WzdArt. 38 WzdArt. 39 Wzd
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot voortzetting inbewaringstelling op grond van de Wet zorg en dwang

Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank Rotterdam om een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling van een cliënt op grond van artikel 37 van Pro de Wet zorg en dwang (Wzd). De burgemeester van Rotterdam had op 12 maart 2020 een last tot inbewaringstelling afgegeven.

Tijdens de mondelinge behandeling op 18 maart 2020, die vanwege de coronamaatregelen telefonisch plaatsvond, werd cliënt gehoord samen met zijn advocaat, zijn echtgenote, en medisch specialisten van de zorginstelling waar cliënt verblijft. De specialist ouderengeneeskunde verklaarde dat cliënt geen verzet meer vertoont tegen de plaatsing en dat cliënt de situatie begrijpt, hoewel hij moeite heeft met het niet samen kunnen zijn met zijn partner.

Gezien het feit dat cliënt naar verwachting vrijwillig zal verblijven en geen verzet meer toont, concludeerde de rechtbank dat voortzetting van de inbewaringstelling niet noodzakelijk is. Daarom wees de rechtbank het verzoek van het CIZ af. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Uitkomst: Het verzoek tot voortzetting van de inbewaringstelling wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team familie
Zaak-/rekestnummer: C/10/593166 / FA RK 20-1730
Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 18 maart 2020 betreffende een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling als bedoeld in artikel 37 van Pro de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten (hierna: Wzd)
op verzoek van:
het Centrum Indicatiestelling Zorg,hierna: CIZ,
met betrekking tot:
[naam cliënt],
geboren op [geboortedatum cliënt] , [geboorteplaats cliënt] , Joegoslavië,
hierna: cliënt,
wonende [adres cliënt] , [woonplaats cliënt] ,
thans verblijvende in Stichting Sonneburgh, locatie Groene Kruisweg te Rotterdam,
advocaat mr. L.M. Deiman te Rotterdam.

1.Procesverloop

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van het CIZ, ingekomen ter griffie op 13 maart 2020.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
 de beschikking van de burgemeester van 12 maart 2020;
 de verklaring van F.C. Karayalcin, arts, van 12 maart 2020;
 de aanvraag van 13 maart 2020.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 18 maart 2020, in het gebouw van de rechtbank Rotterdam. Bij die gelegenheid zijn (conform de Tijdelijke regeling F&J rechtbanken i.v.m. Corona) telefonisch gehoord:
 cliënt met zijn hierboven genoemde advocaat;
 [naam] , echtgenote van cliënt;
 L. Vonken, specialist ouderengeneeskunde, en
 T. Beers, verpleegkundig specialist, beiden verbonden aan Stichting Sonneburgh, locatie Groene Kruisweg.

2.Beoordeling

2.1.
Op grond van artikel 37 Wzd Pro in samenhang gelezen met de artikelen 38 en 39 Wzd kan de rechter op verzoek van het CIZ met betrekking tot een cliënt een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling verlenen, indien de burgermeester ten aanzien van deze cliënt op grond van artikel 29 lid 1 en Pro 2 Wzd een last tot inbewaringstelling heeft afgegeven. Op 12 maart 2020 heeft de burgemeester van de gemeente Rotterdam ten behoeve van cliënt een last tot inbewaringstelling genomen.
2.2.
Tijdens de mondelinge behandeling verklaart de specialist ouderengeneeskunde dat cliënt in de accommodatie geen verzet meer vertoont. Cliënt begrijpt de plaatsing, maar heeft moeite met het feit dat hij niet meer samen kan zijn met zijn partner. De specialist ouderengeneeskunde heeft er voldoende vertrouwen in dat cliënt vrijwillig in de accommodatie zal verblijven.
2.3.
Gelet op het voorgaande zal het verzoek worden afgewezen.

3.Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek af.
Deze beschikking is op 18 maart 2020 mondeling gegeven door mr. M.C. Woudstra, rechter, in tegenwoordigheid van S.M. Plaisier-van Welie, griffier en op 25 maart 2020 schriftelijk uitgewerkt en getekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.