Uitspraak
Rechtbank rotterdam
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 maart 2020 in de zaak tussen
[naam eiser] , te [woonplaats eiser] , eiser,
[naam belanghebbende 3], te [woonplaats belanghebbenden] in Frankrijk, belanghebbenden.
Rechtbank Rotterdam
Eiser verzocht de gemeente Molenlanden om handhavend op te treden tegen bouw- en sloopwerkzaamheden en een mogelijke functiewijziging van een winkel en slachterij, omdat deze in strijd zouden zijn met het bestemmingsplan en geluidsoverlast veroorzaakten. De gemeente wees het verzoek deels toe en deels af, waarna eiser bezwaar maakte. Het bezwaar werd ongegrond verklaard, waarop eiser beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank overwoog dat het bestreden besluit onvoldoende was gemotiveerd en dat de gemeente niet had voldaan aan de verplichting tot volledige heroverweging in bezwaar. Ook was niet onderzocht of sprake was van strijd met het bestemmingsplan wegens groothandelsactiviteiten. De gemeente had bovendien niet tijdig gehandhaafd ondanks overschrijding van geluidnormen. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen omdat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat hij schade had geleden door het besluit.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en herroept het primaire besluit van 29 december 2017. Omdat de activiteiten van de slagerij per augustus 2019 waren gestaakt en de koelventilatoren waren verwijderd, was hernieuwde handhaving op dit moment niet nodig. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht werd aan eiser vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit wordt vernietigd en het primaire besluit herroepen.