ECLI:NL:RVS:2017:1367
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vergoeding schade en wettelijke rente na onrechtmatig ongeldig verklaard rijbewijs en alcoholslotbesluit
De zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen het besluit van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) waarbij zijn rijbewijs ongeldig werd verklaard en hij verplicht werd deel te nemen aan een alcoholslotprogramma. De rechtbank had het verzoek om schadevergoeding afgewezen. De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt dit oordeel deels en veroordeelt het CBR tot betaling van wettelijke rente over reeds toegekende kosten en een aanvullende schadevergoeding.
Appellant vorderde vergoeding van materiële en immateriële schade als gevolg van het onrechtmatige besluit van 16 oktober 2013. Het CBR had reeds een deel van de directe kosten vergoed. Appellant stelde aanspraak te maken op verdere vergoeding, waaronder rente, reiskosten, kosten van rijbewijzen en proceskosten. De rechtbank wees deze vorderingen af vanwege onvoldoende bewijs en te hoge bewijslast.
De Afdeling oordeelt dat de rechtbank ten onrechte geen beslissing heeft genomen op de wettelijke rente over reeds toegekende kosten en dat bepaalde reiskosten en kosten van twee rijbewijzen wel voor vergoeding in aanmerking komen. Immateriële schade en overige kosten, waaronder gederfde inkomsten en proceskosten voor rechtsbijstand, worden afgewezen wegens onvoldoende bewijs of onredelijkheid. Het CBR wordt veroordeeld tot betaling van wettelijke rente en een schadevergoeding van €380,48 plus rente, alsmede proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het CBR wordt veroordeeld tot betaling van wettelijke rente en een aanvullende schadevergoeding van €380,48, met gedeeltelijke toekenning van proceskosten.