Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Procesverloop
2..Beoordeling
- uitoefenen van toezicht op betrokkene;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen.
Rechtbank Rotterdam
De rechtbank Rotterdam behandelde op 26 maart 2020 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene, die lijdt aan schizofrenie. Uit de medische stukken en de mondelinge behandeling bleek dat betrokkene ernstig nadeel ondervindt door haar psychische stoornis, waaronder risico op ernstig lichamelijk letsel, materiële schade en maatschappelijke teloorgang.
De rechtbank stelde vast dat vrijwillige zorg niet mogelijk is omdat betrokkene de diagnose niet erkent en behandeling weigert. De noodzakelijke vormen van verplichte zorg zijn het toedienen van medicatie, medische controles, opname in een accommodatie en beperking van bewegingsvrijheid. De rechtbank beperkte de duur van opname en bewegingsvrijheid tot vier maanden, in plaats van de door de psychiater gevraagde gehele duur, vanwege lopende ambulante zorgregelingen.
Andere door de psychiater gevraagde vormen van verplichte zorg, zoals toezicht, kledingonderzoek en woninginspectie, werden afgewezen omdat deze niet noodzakelijk werden geacht door de onafhankelijke psychiater, geneesheer-directeur en behandelend psychiater. De zorgmachtiging werd verleend voor een totale duur van zes maanden, met inachtneming van de genoemde beperkingen. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden met verplichte opname, medicatie en beperking van bewegingsvrijheid voor vier maanden.