ECLI:NL:RBROT:2020:3098
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Toewijzing zorgmachtiging met beperkingen in vrijheid voor ambulante zorg bij psychische stoornis
De rechtbank Rotterdam behandelde op 26 maart 2020 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor betrokkene, die lijdt aan een psychotische stoornis met een stemmingscomponent en een obsessief-compulsieve stoornis.
Uit de medische verklaring en het zorgplan bleek dat betrokkene door zijn psychische stoornis ernstig nadeel ondervindt, waaronder het risico op ernstige zelfverwaarlozing en maatschappelijke teloorgang. Hoewel opname niet langer noodzakelijk werd geacht, was ambulante verplichte zorg nodig om het ernstig nadeel af te wenden en de geestelijke gezondheid te stabiliseren.
De rechtbank achtte de door de officier verzochte vormen van verplichte zorg niet noodzakelijk, maar stelde dat het verplicht onderhouden van (telefonisch) contact met de polikliniek essentieel is om de situatie te monitoren, zeker gezien de stressfactoren door de coronapandemie. De rechtbank besloot daarom in afwijking van het zorgplan beperkingen op te leggen die de vrijheid van betrokkene in het eigen leven beperken, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen.
De zorgmachtiging werd voor zes maanden toegekend, waarbij tevens werd bepaald dat een nieuw zorgplan moet worden opgesteld. De rechtbank concludeerde dat aan de criteria van de Wvggz is voldaan en dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn die hetzelfde effect bereiken.
Uitkomst: De rechtbank wijst de zorgmachtiging toe met de verplichting tot telefonisch contact voor zes maanden.