ECLI:NL:RBROT:2020:3190

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
3 april 2020
Publicatiedatum
9 april 2020
Zaaknummer
8074104 / CV EXPL 19-42164
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging verstekvonnis en vaststelling terugbetaling na minnelijke regeling

In deze civiele verzetprocedure tussen Direct Pay Services B.V. (DPS) en de wederpartij is het verstekvonnis van 6 maart 2015 aan de zijde van DPS vernietigd. Partijen zijn sinds november 2019 in onderhandeling geweest en hebben op 3 maart 2020 een minnelijke regeling getroffen.

Volgens deze regeling zal de wederpartij een bedrag van € 437,05 voldoen, terwijl DPS reeds € 1.080,14 via derdenbeslag heeft ontvangen. Hierdoor zal DPS een bedrag van € 607,09 aan de wederpartij terugbetalen. Na uitvoering van deze regeling verlenen partijen elkaar finale kwijting en hebben zij niets meer van elkaar te vorderen.

De kantonrechter heeft het verstekvonnis vernietigd en DPS veroordeeld tot betaling van € 607,09 aan de wederpartij tegen behoorlijk bewijs van kwijting. De proceskosten zijn gecompenseerd, zodat iedere partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Het verstekvonnis wordt vernietigd en DPS moet € 607,09 aan de wederpartij terugbetalen.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 8074104 / CV EXPL 19-42164
uitspraak: 3 april 2020
vonnis in verzet van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
Direct Pay Services B.V.,
gevestigd te Barendrecht,
oorspronkelijk eiseres,
gedaagde in verzet,
gemachtigde: Webcasso B.V. te Rotterdam,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats gedaagde] ,
oorspronkelijk gedaagde,
eiser in verzet,
gemachtigde: mr. P.H. de Bruin te Rotterdam.
Partijen worden hierna aangeduid als ‘DPS’ en ‘ [gedaagde] ’.

1..Het verloop van de procedure

1.1
Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken, waarvan de kantonrechter kennis heeft genomen:
  • het inleidend exploot van dagvaarding van 9 januari 2015, met producties;
  • het verstekvonnis van 6 maart 2015;
  • de verzetdagvaarding van 13 september 2019, met een productie;
  • de brief van 3 maart 2020 aan de zijde van [gedaagde] , met een productie.
1.2
De kantonrechter heeft de uitspraak van dit vonnis bepaald op heden.

2..De beoordeling

2.1
Partijen zijn sinds begin november 2019 in onderhandeling geweest om de onderhavige procedure minnelijk te schikken. Bij brief van 3 maart 2020 heeft de gemachtigde van [gedaagde] de kantonrechter bericht dat partijen een regeling hebben getroffen. Die regeling houdt het volgende in:
1.
Ter regeling van het geschil zal [gedaagde] een bedrag ad € 437,05 voldoen. Nu vanuit het onder gedaagde gelegde derdenbeslag, vanwege bovengenoemd vonnis, een bedrag ad € 1.080,14 door DPS is ontvangen, zal DPS aan [gedaagde] een bedrag ad € 607,09 (€ 1.080,14 -/- €473,05) terugbetalen op een door [gedaagde] aan te geven bankrekeningnummer.
2.
Partijen hebben na uitvoering van het bovenstaande niets meer van elkaar te vorderen en verlenen elkaar alsdan finale kwijting van het onderhavige verschil.
2.2
De kantonrechter zal beslissen overeenkomstig de door partijen getroffen regeling. Dat betekent dat het verstekvonnis van 6 maart 2015 zal worden vernietigd. Aangezien het door [gedaagde] aan DPS verschuldigde bedrag van € 473,05 al vanuit een onder [gedaagde] gelegd derdenbeslag door DPS is ontvangen en DPS daar bovenop nog een bedrag van € 607,09 uit dat derdenbeslag heeft ontvangen, zal DPS worden veroordeeld om een bedrag van € 607,09 aan [gedaagde] terug te betalen. De proceskosten worden gecompenseerd.

3..De beslissing

De kantonrechter:
vernietigt het op 6 maart 2015 tussen partijen gewezen verstekvonnis;
en opnieuw rechtdoende:
veroordeelt DPS om aan [gedaagde] tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen € 607,09;
compenseert de proceskosten van partijen, zodat iedere partij de eigen kosten draagt;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.J.M. van Breevoort en uitgesproken ter openbare terechtzitting.
38671