ECLI:NL:RBROT:2020:3214

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
3 april 2020
Publicatiedatum
10 april 2020
Zaaknummer
8248472 CV EXPL 20-661
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BW
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing vordering achterstallige zorgpremie met rente en kosten

In deze zaak vordert Eno Zorgverzekeraar N.V. betaling van een achterstand in zorgpremies van vijf maanden, een bedrag van €624,50, vermeerderd met wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten. Gedaagde erkent de schuld, maar stelt een betalingsregeling voor vanwege eerdere financiële problemen.

De kantonrechter stelt vast dat de premieachterstand niet is betwist en wijst de vordering toe. Ook de wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten worden toegewezen omdat deze vorderingen op de wet zijn gebaseerd en niet zijn bestreden.

Hoewel gedaagde een betalingsregeling wenst, is deze niet door Eno aanvaard. De rechter geeft gedaagde in overweging contact op te nemen met Eno om alsnog een passende regeling te treffen. De proceskosten worden aan gedaagde opgelegd.

Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €739,97 plus wettelijke rente en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 8248472 CV EXPL 20-661
uitspraak: 3 april 2020
vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,
in de zaak van
de naamloze vennootschap
Eno Zorgverzekeraar N.V.,
gevestigd te Deventer,
eiseres bij exploot van dagvaarding van 23 december 2019,
gemachtigde: BJK Gerechtsdeurwaarders en Incassospecialisten te Deventer,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats gedaagde] ,
gedaagde,
procederend in persoon.
Partijen worden hierna aangeduid als “Eno” respectievelijk “ [gedaagde] ”.

1..Het verloop van de procedure

1.1
Het procesverloop volgt uit de volgende processtukken:
 de dagvaarding, met producties;
 de aantekeningen van de griffier van het op de rolzitting van 9 januari 2020 door [gedaagde] gegeven mondelinge antwoord;
 de akte uitlating van Eno, met producties;
 de schriftelijke reactie van [gedaagde] van 3 maart 2020.
1.2
De kantonrechter heeft de uitspraak van dit vonnis bepaald op heden.

2..De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, staat tussen partijen, voor zover van belang, het volgende vast.
2.1
[gedaagde] is verzekerd tegen ziektekosten bij Eno (in dit geval handelend onder de naam ZorgDirect). Uit hoofde van deze zorgverzekering is [gedaagde] maandelijks premie en eventuele zorgkostennota’s en eigen bijdragen aan Eno verschuldigd. De maandelijkse premie bedraagt € 124,90.
2.2
[gedaagde] heeft de premies voor de maanden maart tot en met juli 2019 niet voldaan. Hierdoor is een achterstand ontstaan van € 624,50 (vijf maal € 124,90).

3..Het geschil

3.1
Eno heeft bij dagvaarding gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] te veroordelen aan haar te betalen € 739,97, te vermeerderen met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW Pro over € 624,50 vanaf 17 december 2019 tot de dag van algehele voldoening, met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van deze procedure.
3.2
Aan die vordering heeft Eno - samengevat en voor zover nu van belang - ten grondslag gelegd dat [gedaagde] ondanks aanmaning in gebreke is gebleven met betaling van hetgeen zij uit hoofde van de onder 2.1 bedoelde zorgverzekeringsovereenkomst aan Eno verschuldigd is geworden. Het betreft € 624,50 aan premieachterstand (zie 2.2). Naast dat bedrag en de wettelijke rente daarover, door Eno tot 17 december 2019 berekend op € 2,12, is [gedaagde] Eno een bedrag van € 113,35 aan buitengerechtelijke kosten verschuldigd.
3.3
[gedaagde] heeft de feiten waarop de vordering is gebaseerd niet betwist. Wel heeft zij bij mondeling antwoord - zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang - aangevoerd dat zij met betrekking tot deze schuld eerder al een betalingsregeling heeft getroffen, die zij door andere schulden niet kon nakomen. Die andere schulden zijn er inmiddels niet meer, zodat zij de onderhavige schuld graag met een bedrag van € 200,- per maand zou aflossen.

4..De beoordeling

4.1
De door Eno gestelde premieachterstand van € 624,50 is door [gedaagde] niet weersproken en wordt daarom toegewezen.
4.2
Datzelfde geldt voor de gevorderde rente daarover en buitengerechtelijke kosten, welke nevenvorderingen op de wet zijn gegrond en door [gedaagde] evenmin zijn bestreden.
4.3
[gedaagde] wordt als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten veroordeeld.
4.4
De door [gedaagde] bij antwoord voorgestelde regeling is door Eno niet aanvaard. Zij heeft zich echter wel bereid verklaard een regeling met [gedaagde] overeen te komen zodra zij beschikt over de inkomens- en uitgavengegevens van [gedaagde] . De kantonrechter geeft [gedaagde] dan ook in overweging zich op korte termijn na ontvangst van dit vonnis tot de gemachtigde van Eno te wenden teneinde een passende betalingsregeling te trachten overeen te komen, waarbij dan ook de door [gedaagde] gestelde nieuwe achterstand meegenomen zou kunnen worden.

5..De beslissing

De kantonrechter:
veroordeelt [gedaagde] om aan Eno tegen kwijting te betalen € 739,97, vermeerderd met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW Pro over € 624,50 vanaf 17 december 2019 tot de dag van algehele voldoening;
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Eno vastgesteld op € 601,75 aan verschotten (€ 499,- aan griffierecht en € 102,75 aan dagvaardingskosten) en € 120,- aan salaris voor de gemachtigde van Eno (bestaande uit 1 punt à € 120,-);
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst af het méér of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.J.M. van Breevoort en uitgesproken ter openbare terechtzitting.
44478