Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
mr. A. Verweijen
mr. K.A. Baggerman, rechters in de wrakingskamer in de rechtbank Rotterdam (hierna: de rechters).
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechters mr. G.A.F.M. Wouters, mr. A. Verweij en mr. K.A. Baggerman van de wrakingskamer van de rechtbank Rotterdam. Dit verzoek volgde op een eerdere wrakingsprocedure tegen andere rechters, waarbij een eindbeslissing was genomen op 8 april 2020.
De rechtbank oordeelt dat het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk is omdat de rechters de zaak op het moment van het verzoek niet meer behandelden; de behandeling was immers beëindigd met de eerdere beslissing. Wraking is bedoeld om onpartijdigheid te waarborgen zolang een rechter nog bij de zaak betrokken is.
Verzoeker stelde tevens dat het wrakingsverzoek naar een andere rechtbank verwezen moest worden op grond van artikel 46b van de Wet op de Rechterlijke Organisatie en een pilot tussen gerechtshoven, maar de rechtbank wijst dit af wegens gebrek aan rechtsgrond.
Ten overvloede behandelt de rechtbank het argument dat verzoeker niet tijdig de namen van de rechters had ontvangen. De rechtbank stelt dat de code zaakstoedeling geen rechten aan verzoeker verleent en dat de bekendmaking van namen tijdig dient te zijn in het kader van een zitting, die hier niet plaatsvond.
Ook de verwijzing naar artikelen 6 en 13 EVRM faalt omdat het wrakingsverzoek manifest niet-ontvankelijk was en daarmee geen recht op behandeling bestond.
Uitkomst: Verzoeker is niet-ontvankelijk verklaard in het wrakingsverzoek tegen de rechters omdat de zaak reeds was afgerond.