ECLI:NL:RBROT:2020:3449
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betalingsverplichting uit overeenkomst van opdracht en toepasselijkheid algemene voorwaarden bij uitvaartzorg
De zaak betreft een verzet tegen een verstekvonnis waarin eiser was veroordeeld tot betaling van een factuur van C.V.U. Uitvaartzorg voor verleende diensten bij de uitvaart van zijn broer.
De rechtbank stelt vast dat tussen partijen een overeenkomst van opdracht is gesloten, bevestigd door een ondertekend document met een kostenbegroting en toepasselijkheid van de algemene voorwaarden. Eiser betwistte de overeenkomst en de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden, maar dit werd verworpen vanwege het ondertekende bewijs en de wettelijke regels omtrent algemene voorwaarden.
Eiser voerde ook een beroep op dwaling aan, stellende dat C.V.U. Uitvaartzorg onvoldoende had geïnformeerd over de financiële gevolgen, maar de rechtbank vond dit onvoldoende onderbouwd. Verder werd het bewijs van ontvangst van de 14-dagenbrief, noodzakelijk voor het toewijzen van buitengerechtelijke incassokosten, niet geleverd, waardoor deze vordering werd afgewezen.
De rechtbank veroordeelt eiser tot betaling van € 447,52 vermeerderd met wettelijke rente vanaf 13 september 2019 en in de proceskosten. Het verstekvonnis wordt vernietigd en het verzet wordt gegrond verklaard voor zover het de buitengerechtelijke kosten en rente betreft.
Uitkomst: Eiser wordt veroordeeld tot betaling van € 447,52 met wettelijke rente, buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen.