Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
uitspraak van de meervoudige kamer van 21 april 2020 in de zaak tussen
[eiseres] , te [plaats] , eiseres,
Procesverloop
Overwegingen
29 augustus 2016 geen aanleiding gezien om van de conclusie van de primaire arbeidsdeskundige af te wijken.
13 september 2016 de analyse van het arbeidsvermogen, zoals de primaire arbeidsdeskundige die in diens rapportage van 12 december 2015 heeft beschreven, ongewijzigd gehandhaafd. Zij heeft de door de primaire arbeidsdeskundige beschreven voorwaarden voor het functioneren in werk en een werkomgeving geheel onderschreven. Verder acht zij eiseres in staat een taak in een arbeidsorganisatie te verrichten. In dat verband heeft zij eiseres geschikt bevonden voor de taak “inpakken”. Het betreft een enkelvoudige taak, met een vaste werkwijze die met een korte instructie en herhaling kan worden aangeleerd. Samenwerken maakt geen onderdeel uit van het functioneren en er is ook geen sprake van eisen aan sociale interactie om de taak uit te kunnen oefenen, aldus de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft verder overwogen dat eiseres beschikt over basale werknemersvaardigheden, omdat zij in staat is instructies van een werkgever te begrijpen, te onthouden en uit te voeren en in staat is afspraken na te komen. Daarbij heeft zij erop gewezen dat eiseres dit in een praktijksetting onder strikte begeleiding van bekenden ook is gelukt. Verder heeft zij erop gewezen dat het voor het nakomen van afspraken en het accepteren van regels en gezag van belang is dat sprake is van een begripvolle bedrijfscultuur. Wanneer de setting en begeleiding van de werkomgeving passend zijn, zoals bij beschut werk, is er geen reden om te twijfelen over de basale werknemersvaardigheden, aldus de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep.
33 161, blz. 34 e.v. Hoofdstuk 5.1) en uit de nota van toelichting bij het Besluit van
8 oktober 2014 (p. 6 e.v.). Dit systeem is in de externe functie ervan niet meer dan een hulpmiddel om een besluit wat betreft de medische en arbeidskundige uitgangspunten voldoende inzichtelijk te maken. Het is vervolgens aan de bestuursrechter de vraag te beantwoorden of verweerder met toepassing van de methode SMBA, de daarbij ondersteunende systemen en de in het Compendium opgenomen werkinstructie in de voorliggende zaak voldoende invulling heeft gegeven aan artikel 3:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en of de gehanteerde werkwijze heeft gevoerd tot een resultaat dat de toetsing aan de artikelen 3:46 en 7:12 van de Awb kan doorstaan. Het gaat daarbij steeds om een volle toetsing van de besluitvorming.
Beslissing
.