ECLI:NL:RBROT:2020:3787
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Voortzetting crisismaatregel op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg
De officier van justitie verzocht op 17 april 2020 om voortzetting van een eerder opgelegde crisismaatregel op grond van artikel 7:7 Wvggz Pro voor betrokkene, die verblijft in een psychiatrische instelling. De mondelinge behandeling vond plaats op 20 april 2020, waarbij betrokkene, haar moeder, haar advocaat en behandelaars telefonisch werden gehoord.
De rechtbank oordeelde dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, waaronder levensgevaar en ernstig lichamelijk letsel, veroorzaakt door een combinatie van psychische stoornissen zoals een posttraumatische stressstoornis, depressie en anorexia nervosa. Betrokkene vertoonde suïcidale gedragingen en stemmen in haar hoofd, en eerdere vrijwillige opnames waren niet effectief.
De rechtbank achtte verplichte zorg noodzakelijk, bestaande uit bewegingsbeperking en opname in een accommodatie, en wees toezicht af wegens onvoldoende motivatie. De maatregel is evenredig, effectief en er zijn geen minder bezwarende alternatieven. De machtiging geldt voor drie weken tot en met 11 mei 2020. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel met verplichte opname en bewegingsbeperking voor drie weken.