ECLI:NL:RBROT:2020:3879

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
17 april 2020
Publicatiedatum
28 april 2020
Zaaknummer
C/10/594586 / FA RK 20-2479
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:7 WvggzArt. 7:11 WvggzArt. 3:3 WvggzArt. 3:4 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning zorgmachtiging voor voortzetting verplichte geestelijke gezondheidszorg

De rechtbank Rotterdam behandelde op 17 april 2020 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van artikel 7:11 Wvggz Pro, aansluitend op een eerder verleende crisismaatregel. Betrokkene lijdt aan een manisch psychotisch toestandsbeeld binnen een schizoaffectieve stoornis en vertoont ernstig nadeel door haar gedrag, waaronder medicatieweigering en gevaarlijke situaties in de thuissituatie.

De rechtbank oordeelde dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn en dat verplichte zorg noodzakelijk is om ernstig nadeel af te wenden en de geestelijke gezondheid te stabiliseren. De verplichte zorg omvat medicatietoediening, medische controles, bewegingsbeperking, onderzoek aan kleding en woonruimte, en opname in een accommodatie, met een duur variërend van drie tot zes maanden.

De advocaat van betrokkene verzocht om een kortere duur van de machtiging vanwege de telefonische behandeling, maar de rechtbank verwierp dit argument en stelde dat telefonisch horen het recht op een eerlijk proces niet schaadt. De zorgmachtiging werd verleend tot en met 17 oktober 2020. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden met verplichte zorgmaatregelen.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team familie
Zaak-/rekestnummer: C/10/594586 / FA RK 20-2479
Betrokkenenummer: [nummer]
Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 17 april 2020 betreffende een zorgmachtiging in aansluiting op een voortzetting crisismaatregel als bedoeld in artikel 7:11 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)
op verzoek van:
de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam,hierna: de officier,
met betrekking tot:
[naam betrokkene],
geboren op [geboortedatum betrokkene] te [geboorteplaats betrokkene] ,
hierna: betrokkene,
wonende aan de [adres betrokkene] , [postcode betrokkene] te [woonplaats betrokkene] ,
thans verblijvende in Parnassia Groep, locatie Poortmolen te Capelle aan den IJssel,
advocaat mr. J. van Veelen-de Hoop te Rotterdam.

1..Procesverloop

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van de officier, ingekomen op 7 april 2020.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
  • de medische verklaring opgesteld door drs. J.W. Dijk, psychiater, van 1 april 2020;
  • de zorgkaart van 27 maart 2020 met bijlagen;
  • het zorgplan van 25 maart 2020 met bijlagen;
  • de bevindingen van de geneesheer-directeur over het zorgplan.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 17 april 2020. Bij die gelegenheid zijn (conform de Tijdelijke regeling F&J rechtbanken i.v.m. corona) telefonisch gehoord:
  • betrokkene met haar hierboven genoemde advocaat;
  • [naam psychiater] , waarnemend psychiater, en
  • [naam begeleider] , begeleider, beiden verbonden aan Parnassia Groep.
1.3.
De officier is niet ter zitting verschenen, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.

2..Beoordeling

2.1.
Criteria zorgmachtiging
2.1.1.
Bij beschikking van deze rechtbank van 18 maart 2020, is op grond van artikel 7:7 Wvggz Pro een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel verleend. Tijdig, te weten op 7 april 2020, is onderhavig verzoek ingediend.
2.1.2.
De rechter kan op verzoek van de officier een zorgmachtiging verlenen ten aanzien van de betrokkene wanneer wordt voldaan aan de criteria en de doelen van verplichte zorg als bedoeld in artikel 3:3 en Pro 3:4 Wvggz. Verplichte zorg is zorg die ondanks verzet kan worden verleend.
Indien het gedrag van de betrokkene als gevolg van een psychische stoornis leidt tot ernstig nadeel, kan als uiterste middel verplichte zorg worden verleend, indien er geen mogelijkheden voor zorg op basis van vrijwilligheid zijn, er voor betrokkene geen minder bezwarende alternatieven met het beoogde effect zijn, het verlenen van verplichte zorg gelet op het beoogde doel evenredig is en redelijkerwijs te verwachten is dat het verlenen van verplichte zorg effectief is.
Verplichte zorg kan worden verleend om ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of dusdanig te herstellen dat hij zijn autonomie zoveel mogelijk herwint, of de fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen in het geval diens gedrag als gevolg van zijn psychische stoornis leidt tot ernstig nadeel daarvoor.
2.1.3.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten een manisch psychotisch toestandsbeeld in het kader van een schizoaffectieve stoornis.
2.1.4.
Het gedrag van betrokkene leidt als gevolg van haar psychische stoornis tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op onder andere ernstig lichamelijk letsel, maatschappelijke teloorgang en ernstig verstoorde ontwikkeling voor of van betrokkene of een ander.
Sinds januari 2020 weigert betrokkene haar medicatie in te nemen waardoor ze psychisch ontregeld is geraakt. Bij betrokkene is sprake van ontremming, expansief gedrag en een verstoorde impulsregulatie. Betrokkene woont samen met haar moeder en 14-jarige dochter. In de thuissituatie zorgde betrokkene voor gevaarlijke toestanden door schoonmaakmiddel op de vloer te gooien waardoor een reëel risico bestond op valgevaar bij haar moeder. De moeder van betrokkene is uitgeput nu zij ook de zorg draagt voor de dochter van betrokkene. De psychiater verklaart tijdens de mondelinge behandeling dat ondanks de inname van medicatie nog steeds sprake is van ontremming. Voorts heeft betrokkene geen ziektebesef en -inzicht. De psychiater acht een opname in de accommodatie voor het goed instellen op medicatie noodzakelijk voordat betrokkene naar huis kan.
2.2.
Verplichte zorg
2.2.1.
Om ernstig nadeel af te wenden en de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren heeft betrokkene verplichte zorg nodig.
2.2.2.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn.
Uit de medische verklaring blijkt dat betrokkene onvoldoende bereid is om behandeling of zorg op vrijwillige basis te accepteren. Voor de opname weigerde betrokkene haar medicatie in te nemen en tijdens de mondelinge behandeling geeft betrokkene aan naar huis te willen. Om die reden is verplichte zorg nodig. De in het verzoekschrift opgenomen vormen van verplichte zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en de bevindingen van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:
  • het toedienen van medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen (zoals controle op bloedspiegel en medicijninname), ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening; voor de duur van zes maanden;
  • het beperken van de bewegingsvrijheid, voor de duur van drie maanden;
  • het onderzoek aan kleding of lichaam (inherent aan opname), voor de duur van
  • het onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen (inherent aan opname), voor de duur van drie maanden;
  • het opnemen in een accommodatie, voor de duur van drie maanden.
De overige door de officier verzochte vormen van verplichte zorg worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet (afdoende) is gemotiveerd en/of de behandelaar tijdens de mondelinge behandeling gemotiveerd heeft verklaard dat deze niet nodig zijn om het ernstig nadeel af te wenden.
2.2.3.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
2.2.4.
De advocaat van betrokkene voert ter zitting aan dat de machtiging voor een kortere duur dient te worden afgegeven omdat de mondelinge behandeling telefonisch plaatsvindt. De rechtbank gaat voorbij aan het verweer van de advocaat en oordeelt dat telefonisch horen niet een argument is om de duur van een machtiging te bekorten. De rechtbank is van oordeel dat via het telefonisch horen geen afbreuk wordt gedaan aan het recht op een eerlijk proces, in het bijzonder het recht van betrokkene en haar advocaat om gehoord te worden en zich uit te laten over de verzochte machtiging.
2.2.5.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de duur van zes maanden.

3..Beslissing

De rechtbank:
3.1.
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [naam betrokkene] voornoemd;
3.2.
bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.2.2 kunnen worden getroffen;
3.3.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 17 oktober 2020.
Deze beschikking is op 17 april 2020 mondeling gegeven door mr. H.C.A. de Groot, rechter, in tegenwoordigheid van mr. J. Smolders, griffier op 29 april 2020 schriftelijk uitgewerkt en getekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.