Partijen hadden een affectieve relatie waaruit een minderjarige zoon is geboren. De vrouw oefent het gezag uit. De rechtbank stelde een voorlopige omgangsregeling vast waarbij de man wekelijks omgang heeft met de zoon onder begeleiding van het wijkteam.
De vrouw vorderde een straat- en contactverbod tegen de man wegens mishandeling en stalking, maar de rechtbank vond de onderbouwing onvoldoende en wees deze vordering af. De man vorderde nakoming van de omgangsregeling en een informatieregeling. De omgangsregeling was niet gestart, onder meer door problemen met begeleiding, en de rechtbank achtte het belang van de omgang groot en kende de vordering toe met een dwangsom.
De vordering tot vaststelling van een informatieregeling werd niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan spoedeisendheid. De proceskosten werden tussen partijen gecompenseerd. De rechtbank benadrukte het belang van mediation en verbetering van communicatie tussen partijen in het belang van hun zoon.