ECLI:NL:RBROT:2020:4566
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering kennisneming politiegegevens op grond van Wet politiegegevens
Eiser verzocht op grond van artikel 25 van Pro de Wet politiegegevens (Wpg) om inzage in politiegegevens die over hem worden verwerkt. Verweerder heeft dit verzoek gedeeltelijk geweigerd op grond van artikel 27 Wpg Pro, omdat kennisneming de goede uitoefening van de politietaak en de bescherming van rechten van betrokkenen en derden zou schaden.
De rechtbank heeft de vertrouwelijke stukken ingezien en geoordeeld dat er voldoende gewichtige redenen zijn voor de beperking van kennisneming conform artikel 8:29 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De rechtbank oordeelt dat verweerder het toepasselijke wettelijke kader juist heeft toegepast en dat het belang van eiser bij kennisneming niet opweegt tegen de dwingende belangen van de politietaak.
Daarnaast wees de rechtbank een verzoek van eiser af om de Autoriteit Persoonsgegevens in de procedure te betrekken, aangezien deze niet partij is in de procedure. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af. De uitspraak is gedaan door rechter F.P.J. Schoonen op 20 mei 2020 en kan in hoger beroep worden aangevochten bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de gedeeltelijke weigering van kennisneming van politiegegevens wordt ongegrond verklaard.