Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
4.Waardering van het bewijs
primairis tenlastegelegd. Naar het oordeel van de rechtbank kan niet worden bewezen dat de verdachte op basis van enige vorm van (bedreiging met) geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) de aangeefster heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die bestonden uit of mede uit het seksueel binnendringen van haar lichaam. Getuigen hebben aangegeven dat zij niets hebben gemerkt van enige vorm van geweld of dwang. De aangeefster zelf heeft verklaard geen goede herinnering te hebben van hetgeen allemaal exact is gebeurd, omdat zij gedurende die nacht verminderd bij bewustzijn was vanwege het vele daaraan voorafgaande alcoholgebruik.
subsidiairtenlastegelegde wel bewezen kan worden. Hem wordt in dat deel van de dagvaarding verweten dat hij jegens de aangeefster, van wie hij wist dat zij onvoldoende in staat was haar wil te bepalen of kenbaar te maken, één of meer handeling(en) heeft verricht, die bestonden of mede bestonden uit het seksueel binnendringen met zijn penis in haar vagina.
subsidiairten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:
5.Strafbaarheid feit
6.Strafbaarheid verdachte
7.Motivering straf
- zijn gedrag richting de aangeefster, de hieraan (eventueel) ten grondslag liggende problematiek,
- de kans op herhaling van seksueel grensoverschrijdend gedrag en
- de noodzaak tot inzet van gedragsveranderende zedendaderbehandeling.
8.Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel
[naam benadeelde] te [woonplaats benadeelde] .Zij vordert een vergoeding van € 370,47 aan materiële schade en € 5.000,- aan immateriële schade.
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Bijlagen
11.Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 9 (negen) maanden;
3 (drie) maandenniet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
2 (twee) jaar;
[naam benadeelde], te betalen een bedrag van
€ 5.370,47 (zegge: vijfduizenddriehonderdenzeventig euro en zevenenveertig cent),bestaande uit € 370,47 aan materiële schade en € 5.000,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 18 september 2016 tot aan de dag der algehele voldoening;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen
€ 5.370,47(hoofdsom,
zegge: vijfduizenddriehonderdenzeventig euro en zevenenveertig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 september 2016 tot aan de dag van de algehele voldoening;
61 (éénenzestig) dagen; toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;