ECLI:NL:RBROT:2020:4784

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
18 mei 2020
Publicatiedatum
2 juni 2020
Zaaknummer
C/10/596580 / FA RK 20-3439
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:1 WvggzArt. 7:7 WvggzArt. 7:8 WvggzArt. 1:4 WvggzArt. 1:4 lid 3 onder a Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing machtiging tot voortzetting crisismaatregel bij instemming betrokkene

De officier van justitie verzocht op 15 mei 2020 om voortzetting van een crisismaatregel die op 14 mei 2020 was opgelegd aan betrokkene, die vermoedelijk lijdt aan een psychotische stoornis. De mondelinge behandeling vond telefonisch plaats op 18 mei 2020 vanwege COVID-19 beperkingen, waarbij betrokkene en zijn advocaat en een arts van Antes werden gehoord.

De rechtbank beoordeelde de aanvraag op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). Voor voortzetting van de crisismaatregel moet er sprake zijn van onmiddellijk dreigend nadeel veroorzaakt door een psychische stoornis, en moet verplichte zorg het ultimum remedium zijn. Hoewel er een vermoeden van een psychotische stoornis bestaat, stemde betrokkene in met vrijwillige opname en zorg voor een week totdat ambulante zorg geregeld is.

De behandelaar had vertrouwen in deze instemming, waardoor de rechtbank oordeelde dat verplichte zorg niet noodzakelijk was. Daarom wees de rechtbank het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel af. De beschikking werd mondeling gegeven op 18 mei 2020 en schriftelijk uitgewerkt op 25 mei 2020.

Uitkomst: Verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel wordt afgewezen wegens instemming betrokkene met vrijwillige opname en zorg.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team familie
Zaak-/rekestnummer: C/10/596580 / FA RK 20-3439
Betrokkenenummer: [nummer]
Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 18 mei 2020 betreffende een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel als bedoeld in artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)
op verzoek van:
de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam,hierna: de officier,
met betrekking tot:
[naam betrokkene],
geboren op [geboortedatum betrokkene] te [geboorteplaats betrokkene] , Hongarije,
hierna: betrokkene,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
thans verblijvende in Antes, locatie Albrandswaardsedijk te Poortugaal,
advocaat mr. J.J. Boelaars te Rotterdam.

1..Procesverloop

1.1.
Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 15 mei 2020, heeft de officier verzocht om voortzetting van de op 14 mei 2020 opgelegde crisismaatregel.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
 een afschrift van de beslissing tot het nemen van de crisismaatregel van 14 mei 2020;
 de medische verklaring opgesteld door J. Metselaar, psychiater, van 14 mei 2020;
 de relevante politiegegevens en het bericht dat er geen strafvorderlijke- en justitiële gegevens voor betrokkene zijn.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 18 mei 2020. Bij die gelegenheid zijn op grond van artikel 2 Tijdelijke Pro wet COVID-19 Justitie en Veiligheid de navolgende personen telefonisch gehoord, omdat het houden van een fysieke zitting vanwege het coronavirus niet mogelijk was.
Bij die gelegenheid zijn verschenen:
 betrokkene met zijn hierboven genoemde advocaat;
 O. Paans, arts in opleiding tot specialist, verbonden aan Antes, locatie Albrandswaardsedijk.
1.3.
De officier is telefonisch niet gehoord, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.

2..Beoordeling

2.1.
Criteria crisismachtiging
2.1.1.
Op grond van artikel 7:7 Wvggz Pro in samenhang gelezen met artikel 7:8 Wvggz Pro kan de rechter op verzoek van de officier met betrekking tot een betrokkene een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel verlenen, indien de burgemeester ten aanzien van deze betrokkene op grond van artikel 7:1 Wvggz Pro een crisismaatregel heeft genomen.
2.1.2.
Gelet op artikel 7:1 lid 1 Wvggz Pro kan deze machtiging slechts worden verleend indien er onmiddellijk dreigend nadeel is, er een ernstig vermoeden bestaan dat het gedrag van betrokkene als gevolg van een psychische stoornis dit dreigend nadeel veroorzaakt en met de crisismaatregel het ernstige nadeel kan worden weggenomen. Daarnaast is de crisissituatie dermate ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht en is er verzet als bedoeld in artikel 1:4 Wvggz Pro tegen de zorg.
2.1.3.
Het uitgangspunt van de wet Wvggz is dat het stellen van verplichte zorg het ultimum remedium is. Weliswaar is er bij betrokkene sprake van een vermoeden van een psychotische stoornis, te weten een psychotisch toestandsbeeld dat vermoedelijk geluxeerd is door drugs, maar er is in dit geval een alternatief om het ernstige nadeel af te wenden. Ter zitting verklaart betrokkene namelijk dat hij instemt met opname en zorg in de accommodatie voor de duur van een week totdat de nodige ambulante zorg is geregeld. De behandelaar verklaart hierin voldoende vertrouwen te hebben. Hiermee is ter zitting vast komen te staan er sprake is van instemming, zoals bedoeld in artikel 1:4 lid 3 onder Pro a Wvggz. Om die reden zal de rechtbank het verzoek afwijzen.

3..Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek af.
Deze beschikking is op 18 mei 2020 mondeling gegeven door mr. L.A.C. van Nifterick, rechter, in tegenwoordigheid van mr. J. Veldthuis, griffier, en op 25 mei schriftelijk uitgewerkt en getekend.