ECLI:NL:RBROT:2020:4784
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging tot voortzetting crisismaatregel bij instemming betrokkene
De officier van justitie verzocht op 15 mei 2020 om voortzetting van een crisismaatregel die op 14 mei 2020 was opgelegd aan betrokkene, die vermoedelijk lijdt aan een psychotische stoornis. De mondelinge behandeling vond telefonisch plaats op 18 mei 2020 vanwege COVID-19 beperkingen, waarbij betrokkene en zijn advocaat en een arts van Antes werden gehoord.
De rechtbank beoordeelde de aanvraag op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). Voor voortzetting van de crisismaatregel moet er sprake zijn van onmiddellijk dreigend nadeel veroorzaakt door een psychische stoornis, en moet verplichte zorg het ultimum remedium zijn. Hoewel er een vermoeden van een psychotische stoornis bestaat, stemde betrokkene in met vrijwillige opname en zorg voor een week totdat ambulante zorg geregeld is.
De behandelaar had vertrouwen in deze instemming, waardoor de rechtbank oordeelde dat verplichte zorg niet noodzakelijk was. Daarom wees de rechtbank het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel af. De beschikking werd mondeling gegeven op 18 mei 2020 en schriftelijk uitgewerkt op 25 mei 2020.
Uitkomst: Verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel wordt afgewezen wegens instemming betrokkene met vrijwillige opname en zorg.