ECLI:NL:RBROT:2020:520
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit pgb-tarief en indicatie begeleiding Wmo 2015 wegens onvoldoende motivering en onderzoek
Eiser, met een psychiatrische aandoening, was geïndiceerd voor begeleiding via een persoonsgebonden budget (pgb) op grond van de Wmo 2015. Verweerder wijzigde het pgb-tarief door onderscheid te maken tussen zorginstellingen en zzp-ers, waarbij het tarief voor eiser werd verlaagd omdat zijn zorgverlener als zzp-er werd aangemerkt. Eiser voerde in beroep aan dat dit onderscheid onvoldoende was gemotiveerd en dat het pgb onvoldoende was om de benodigde zorg van een HBO-geschoolde zorgverlener in te kopen.
De rechtbank oordeelde dat het onderscheid in het pgb-tarief tussen zorginstellingen en zzp-ers niet voldoende is gemotiveerd, omdat niet is onderzocht of de overheadkosten bij de zorgverlener van eiser daadwerkelijk lager zijn. Tevens is onvoldoende onderbouwd dat een MBO-geschoolde zorgverlener passend is, terwijl eiser vanwege zijn psychiatrische aandoening is aangewezen op een HBO-geschoolde zorgverlener. Ook ontbreekt inzicht in de deskundigheid van de indicatiesteller.
Het bestreden besluit is daarom in strijd met de Awb vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen. Het beroep tegen het eerdere besluit is niet-ontvankelijk verklaard. Verweerder is veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit over het pgb-tarief en de indicatie wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.