De huurder verhuurt een flatwoning van Stichting Trivire waar renovatiewerkzaamheden plaatsvonden van juli 2019 tot april 2020, met een verplichte verhuizing van 4 tot 18 september 2019. De huurder vordert een verhuiskostenvergoeding, huurprijsvermindering en schadevergoeding.
De rechtbank oordeelt dat de renovatie op zichzelf geen noodzakelijke verhuizing vereiste, omdat de werkzaamheden ook met bewoning konden plaatsvinden. Echter, de huurder werkte als zzp'er vanuit huis en kon tijdens de renovatieperiode niet of nauwelijks thuis werken. Trivire bood onvoldoende alternatieven voor werkruimte, waardoor de verhuizing noodzakelijk werd geacht.
De verhuiskostenvergoeding wordt daarom toegewezen. De gevorderde huurprijsvermindering wordt afgewezen omdat de overlast binnen redelijke grenzen bleef en de huurder rekening moest houden met periodiek onderhoud. De schadevergoeding wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing en eigen schuld van de huurder.
Trivire wordt veroordeeld tot betaling van €6.095 aan verhuiskostenvergoeding en in de proceskosten van de huurder.