ECLI:NL:RBROT:2020:5465
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Rechterlijke machtiging tot voortzetting verblijf psychogeriatrische cliënt
Het CIZ verzocht de rechtbank om een rechterlijke machtiging tot voortzetting van het verblijf van een cliënte met een psychogeriatrische aandoening in een zorginstelling. De mondelinge behandeling vond plaats op 4 juni 2020, waarbij de cliënte, haar vertegenwoordiger en advocaat telefonisch werden gehoord vanwege COVID-19 maatregelen.
De rechtbank stelde vast dat de cliënte lijdt aan vergevorderde dementie die leidt tot ernstig nadeel, waaronder onrust, loopdrang en het risico op ernstig lichamelijk letsel en maatschappelijke teloorgang. De thuissituatie was onhoudbaar en zorg thuis was niet mogelijk. Pogingen om medicatie af te bouwen leidden tot terugval in nadelig gedrag.
De rechtbank oordeelde dat voortzetting van het verblijf noodzakelijk en geschikt is om het ernstig nadeel te voorkomen en dat er geen minder ingrijpende mogelijkheden zijn. Ondanks verzet van de cliënte werd de machtiging voor zes maanden verleend, ingaande 17 juni 2020 tot en met 4 december 2020, aansluitend op een eerdere machtiging.
Uitkomst: De rechtbank verleent een machtiging tot voortzetting van het verblijf van de cliënte van 17 juni tot en met 4 december 2020.