ECLI:NL:RBROT:2020:5468
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Rechterlijke machtiging voortzetting verblijf cliënt met ziekte van Korsakov
Het CIZ verzocht de rechtbank Rotterdam om een rechterlijke machtiging tot voortzetting van het verblijf van een cliënt in een geregistreerde accommodatie op grond van artikel 24 van Pro de Wet zorg en dwang (Wzd). De cliënt lijdt aan een psychogeriatrische aandoening gelijkgesteld aan de ziekte van Korsakov, wat leidt tot ernstig nadeel zoals levensgevaar en ernstige verwaarlozing.
Tijdens de mondelinge behandeling op 4 juni 2020, gehouden via telefoon vanwege COVID-19, werden cliënt, diens mentor en advocaat gehoord. De cliënt verzet zich tegen het voortgezet verblijf en verlangt meer vrijheden, maar kan niet goed omgaan met de verleende vrijheden, wat leidt tot terugtrekking en stress.
De rechtbank oordeelt dat voortzetting van het verblijf noodzakelijk is om ernstig nadeel te voorkomen en dat er geen minder ingrijpende mogelijkheden zijn. Gezien de situatie wordt de machtiging voor zes maanden verleend, ingaand 21 juni 2020 tot en met 4 december 2020. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent een machtiging tot voortzetting van het verblijf van de cliënt voor zes maanden wegens ernstig nadeel en gebrek aan minder ingrijpende alternatieven.