ECLI:NL:RBROT:2020:5911

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
9 juni 2020
Publicatiedatum
7 juli 2020
Zaaknummer
10/741031-20
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 26 Wet wapens en munitieArt. 55 Wet wapens en munitieArt. 57 Wetboek van StrafrechtArt. 1 Wet wapens en munitie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor bezit automatisch opvouwbaar vuurwapen met munitie in het openbaar

Op 14 maart 2020 werd verdachte te Rotterdam betrapt op het in het openbaar voorhanden hebben van een automatisch, opvouwbaar vuurwapen van het merk IMI, type Uzi, kaliber 9 mm, samen met 51 patronen munitie.

De verdachte verklaarde het wapen bij zich te dragen uit angst vanwege bedreigingen en een vermeende 'dodenlijst'. De rechtbank achtte het bezit ernstig vanwege het risico op gebruik en de aanwezigheid van instructies voor gebruik, wat strafverzwarend werd meegewogen.

De verdachte had geen eerdere veroordelingen voor soortgelijke feiten. De rechtbank oordeelde dat gezien de ernst van het feit enkel een gevangenisstraf passend was en legde een straf van 15 maanden op, met aftrek van voorarrest.

De tenlastelegging werd bewezen verklaard, behalve voor meer of anders ten laste gelegde feiten, waarvoor verdachte werd vrijgesproken. De straf is gebaseerd op artikel 26 van Pro de Wet wapens en munitie en artikel 57 Sr Pro.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 15 maanden gevangenisstraf met aftrek van voorarrest voor het in het openbaar voorhanden hebben van een automatisch, opvouwbaar vuurwapen met munitie.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 3
Parketnummer: 10/741031-20
Datum uitspraak: 9 juni 2020
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[naam verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] ,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres
[adres verdachte] , [postcode verdachte] te [woonplaats verdachte] ,
ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de
Penitentiaire Inrichting Krimpen aan den IJssel, locatie Krimpen aan den IJssel,
raadsvrouw mr. C.C.J.L. Huurman-Ip Vai Ching, advocaat te Rotterdam.

1..Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 9 juni 2020.

2..Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding, zoals deze op de terechtzitting overeenkomstig de vordering van de officier van justitie is gewijzigd.
De tekst van de gewijzigde tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3..Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. E.M. Blanken heeft gevorderd:
  • bewezenverklaring van het ten laste gelegde;
  • veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden met aftrek van voorarrest.

4..Waardering van het bewijs

4.1.
Bewezenverklaring zonder nadere motivering
Het ten laste gelegde is door de verdachte bekend. Deze feiten zullen zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.
4.2.
Bewezenverklaring
In bijlage II heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:
hij op 14 maart 2020 te Rotterdam,
een wapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 Categorie Pro II onder 2º en onder 3º
van de Wet wapens en munitie, te weten, een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3º van die wet, geschikt om automatisch te vuren en dat zodanig is vervaardigd dat het
dragen niet of minder zichtbaar is, te weten, een opvouwbaar vuurwapen van
het merk IMI, type Uzi met kaliber 9 mm, voorhanden heeft gehad;
en
voor dat vuurwapen geschikte munitie in de zin van artikel 1 onder Pro 4º Wet
wapens en munitie, te weten munitie als bedoeld in artikel 2 lid 2 van Pro die
wet van de Categorie III te weten, 51 kogelpatronen, kaliber 9 mm,
voorhanden heeft gehad.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5..Strafbaarheid feiten

Het bewezen verklaarde levert op:
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II
en
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.
De feiten zijn dus strafbaar.

6..Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.
De verdachte is dus strafbaar.

7..Motivering straf

7.1.
Algemene overweging
De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
7.2.
Feiten waarop de straf is gebaseerd
De verdachte heeft in het openbaar een automatisch, opvouwbaar vuurwapen met bijbehorende munitie voorhanden gehad. Hij bewaarde deze goederen in een boodschappentas en liep daarmee over straat. Naar eigen zeggen werd de verdachte bedreigd en staat hij op een zogenoemde ‘dodenlijst’. Hij droeg het wapen bij zich om degene(n) die hem bedreigde(n) af te schrikken.
Het ongecontroleerde bezit van vuurwapens brengt onder burgers gevoelens van onveiligheid teweeg en vormt een ernstige inbreuk op de rechtsorde. Het is algemeen bekend dat vuurwapenbezit niet zelden leidt tot het (ondeskundig) gebruik ervan, met alle ernstige gevolgen voor anderen van dien. De verdachte heeft verklaard dat hij een of meer specifieke perso(o)n(en) op het oog had om af te schrikken met het vuurwapen, en dat maakt het risico op gebruik des te reëler. Bovendien had hij het met munitie bij zich op de openbare weg en had hij instructies gekregen voor het gebruik ervan. Deze omstandigheden wegen strafverzwarend mee. Dit zijn zeer ernstige feiten die de verdachte worden aangerekend.
7.3.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
7.3.1.
Strafblad
De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 19 mei 2020, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.
7.4.
Conclusies van de rechtbank
Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.
Gezien de ernst van de feiten is enkel het opleggen van een gevangenisstraf passend. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd.
Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden.

8..Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op artikel 57 van Pro het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet Wapens en Munitie.

9..Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

10..Beslissing

De rechtbank:
verklaart bewezen dat de verdachte de ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstraf voor de duur van 15 (vijftien) maanden;
beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. A. Hello, voorzitter,
en mrs. F. van Buchem en R.H. Kroon, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. C.J. Voogel-van Buuren, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.
De oudste rechter, de jongste rechter en de griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
hij op of omstreeks 14 maart 2020 te Rotterdam,
een wapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 Categorie Pro II onder 2º en/of onder 3º
van de Wet wapens en munitie,
te weten, een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3º van die wet, geschikt
om automatisch te vuren en/of een vuurwapen dat zodanig is vervaardigd dat het
dragen niet of minder zichtbaar is, te weten, een (opvouwbaar) vuurwapen van
het merk IMI, type Uzi met kaliber 9 mm, voorhanden heeft gehad;
en/of
(voor dat vuurwapen geschikte) munitie in de zin van artikel 1 onder Pro 4º Wet
wapens en munitie, te weten munitie als bedoeld in artikel 2 lid 2 van Pro die
wet van de Categorie II en/of III onder 1º te weten, 51 kogelpatronen, kaliber 9 mm,
zijnde munitie die uitsluitend is geschikt voor vuurwapens van Categorie II,
voorhanden heeft gehad.