ECLI:NL:RBROT:2020:6155
Rechtbank Rotterdam
- Tussenuitspraak
- Rechtspraak.nl
Beoordeling recht op Ziektewet- en WIA-uitkering bij mislukte werkhervatting en wachttijd
Eiser trad in november 2016 in dienst als monteur sprinklerinstallaties en viel in januari 2017 uit wegens ziekte. Na een eerstejaars Ziektewetbeoordeling werd zijn ZW-uitkering in maart 2018 beëindigd. Eiser hervatte kortdurend werk als watermeterwisselaar in december 2017, maar viel direct uit. Verweerder beschouwde deze werkhervatting als mislukt en handhaafde het eerdere besluit tot beëindiging van de ZW-uitkering.
Eiser stelde dat de ZW-uitkering ten onrechte met terugwerkende kracht was stopgezet zonder een deugdelijk verzekeringsgeneeskundig en arbeidsdeskundig onderzoek. De rechtbank oordeelde dat verweerder onterecht geen aanvullend onderzoek verrichtte tijdens bezwaar en dat het bestreden besluit daardoor onvoldoende gemotiveerd is.
Daarnaast stelde eiser dat hij recht had op een WIA-uitkering, maar de rechtbank concludeerde dat eiser niet onafgebroken 104 weken arbeidsongeschikt was geweest, zoals vereist volgens de Wet WIA. De eerdere beëindiging van de ZW-uitkering is in rechte onherroepelijk, waardoor de wachttijd niet is voltooid.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en gaf verweerder de gelegenheid het gebrek in het besluit te herstellen. Verdere beslissingen werden aangehouden tot de einduitspraak.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder krijgt de gelegenheid het besluit te herstellen; verdere beslissingen worden aangehouden.