Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1..Onderzoek op de terechtzitting
2..Tenlastelegging
3..Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van vierentwintig maanden met aftrek van voorarrest, waarvan zes maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren en als bijzondere voorwaarden de voorwaarden zoals die zijn omschreven in het rapport van de reclassering van 24 april 2020.
4..Geldigheid dagvaarding
5..Waardering van het bewijs
kanontstaan’. Niet vereist is dat in werkelijkheid nadeel is ontstaan – het eventueel ontstaan van nadeel is voldoende – en dit nadeel behoeft ook niet in de tenlastelegging te worden omschreven.
konin deze zaak ontstaan, en is ook daadwerkelijk ontstaan. De naam van aangeefster kon in de politiesystemen worden gekoppeld aan tientallen gevallen van oplichting. Dat heeft ertoe geleid dat zij tijdens het opsporingsonderzoek is aangemerkt als verdachte en ook in die hoedanigheid is verhoord door de politie.
/of zich te legitimeren met de persoonsgegevens/identiteit (inclusief een
ële) kopers middels voornoemde
6..Strafbaarheid feiten
7..Strafbaarheid verdachte
8..Motivering straf en maatregel
9..In beslag genomen voorwerpen
10.. Vorderingen benadeelde partijen / schadevergoedingsmaatregelen
11.. Toepasselijke wettelijke voorschriften
12..Bijlagen
13..Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 18 (achttien) maanden;
6 (zes) maandenniet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid voor de
- verklaart verbeurd als bijkomende straf voor de feiten 1 en 2:
kolom Fvan bijlage V vermelde bedragen te betalen aan de aan die bedragen gekoppelde benadeelde partijen, zijnde telkens een vergoeding voor materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf de in
kolom Jvermelde datum, tot aan de dag der algehele voldoening;
kolom Ivan bijlage V, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partijen begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partijen/slachtoffers (ieder voor wie het aangaat) te betalen de bedragen, zoals vermeld in
kolom Kvan bijlage V (hoofdsom), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de in
kolom Jvermelde datum tot aan de dag van de algehele voldoening; bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom kan gijzeling worden toegepast voor de duur van het aantal in
kolom Lvermelde dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;