Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het verloop van de procedure
- het exploot van dagvaarding van 16 januari 2020, met productie;
- de conclusie van antwoord, met productie;
- de conclusie van repliek, met productie;
- de conclusie van dupliek, met productie.
Rechtbank Rotterdam
In deze zaak vordert eiseres betaling van een huurachterstand van €1.676,90, vermeerderd met wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten, wegens niet-nakoming van de huurovereenkomst door gedaagde. Gedaagde erkent de huurachterstand, maar betwist de incassokosten en stelt dat een betalingsregeling nog van kracht is, waardoor de procedure vroegtijdig zou zijn gestart.
De kantonrechter stelt vast dat de huurachterstand onbetwist is en toewijst deze vordering inclusief wettelijke rente. De gevorderde incassokosten worden afgewezen omdat eiseres niet heeft bewezen dat de vereiste veertiendagenbrief aan gedaagde is ontvangen, zoals wettelijk vereist. De stelling van gedaagde dat de procedure voortijdig is gestart wordt verworpen wegens onvoldoende onderbouwing.
Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten, bestaande uit explootkosten, griffierecht en gemachtigdensalaris. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van huurachterstand en wettelijke rente, incassokosten worden afgewezen.