Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het (verdere) verloop van de procedure
- de conclusie van antwoord in het incident ex artikel 223 Rv Pro, tevens houdende conclusie van antwoord ten aanzien van de nadere vermeerdering van eis, althans akte uitlaten nadere ontwikkeling, met producties, van Akzo Nobel;
- de conclusie van repliek in de hoofdzaak en in het incidenteel verzoek om een provisionele voorziening ex artikel 223 Rv Pro van [eiser] ;
- de op 27 mei 2020 gehouden comparitie van partijen;
- de pleitnotities van [eiser] ;
- de conclusie van dupliek/pleitnotities van Akzo Nobel;
- de akte vermindering eis van [eiser] .
2..De vaststaande feiten
- Einddatum 1 januari 2020.
- Vergoeding EUR 75.000 bruto (60.000 bruto vergoeding vermeerderd met het gekapitaliseerde maandsalaris over januari 2020, afgerond naar boven).
- STI berekend tot 1 oktober 2019 en op basis van gemiddelde voorgaande jaren. Dit resulteert in een bedrag van EUR 22.347 bruto en wordt betaald binnen een maand na de einddatum.
- Opname vakantiedagen vóór de einddatum.
- Vergoeding kosten rechtsbijstand EUR 3.000 + BTW.
- Een en ander te verwerken in en voor het overige overeenkomstig de eerder op 19 juli 2019 voorgelegde VSO.
- einde dienstverband per 1 januari 2020;
- betaling van een beëindigingsvergoeding vanEUR 75.000,- brutobinnen 1 maand na datum einde dienstverband;
- vrijstelling van de overeengekomen werkzaamheden vanaf 1 oktober 2019, onder doorbetaling van loon en emolumenten;
- per datum einde dienstverband worden de opgebouwde en niet opgenomen vakantie-dagen geacht te zijn opgenomen;
- per datum einde dienstverband wordt een eindafrekening opgemaakt en het saldo daarvan aan cliënt uitgekeerd;
- STI berekend tot 1 oktober 2019 en op basis van gemiddelde voorgaande jaren, hetgeen resulteert in een bedrag vanEUR 22.347 brutoen wordt betaald binnen een maand na de einddatum;
- vergoeding kosten van rechtsbijstandEUR 3.000,- ex BTW;
- uitbetaling LTI’s voor een bedrag van tenminsteEUR 36.444,- bruto.