ECLI:NL:RBROT:2020:7177
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken reële beschikkingsmacht over aangetroffen heroïne in woning
In deze strafzaak stond verdachte terecht wegens het aanwezig hebben van een grote hoeveelheid heroïne in haar woning te Rotterdam. De politie trof circa 25 kilo heroïne aan, bestemd voor illegale handel, in een woning die werd bewoond door verdachte, haar man en vier minderjarige kinderen.
Tijdens het onderzoek bleek uit de aangetroffen sporen en voorwerpen in de keuken dat op aanzienlijke schaal heroïne was versneden en samengeperst. Verdachte verklaarde dat zij die dag de woning met haar kinderen had verlaten toen de keuken schoon was en dat haar man met anderen in de keuken aanwezig was toen zij terugkeerde. Zij gaf aan thuis niets te zeggen te hebben en dat haar man de baas was.
De rechtbank oordeelde dat op basis van het dossier niet met de vereiste mate van zekerheid kon worden vastgesteld dat verdachte wetenschap had van en beschikkingsmacht over de heroïne. Hoewel er aanwijzingen waren dat zij mogelijk betrokken was, ontbrak het aan bewijs voor daadwerkelijke beschikkingsmacht.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van het ten laste gelegde feit van het aanwezig hebben van heroïne. De vrijspraak werd uitgesproken op 22 juli 2019 door de meervoudige kamer van de rechtbank Rotterdam.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens het ontbreken van bewijs voor beschikkingsmacht over de aangetroffen heroïne.