ECLI:NL:RBROT:2020:7717
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vordering herstelkosten en onbetaalde huur na beëindiging huurovereenkomst afgewezen behalve beperkte vergoeding
De zaak betreft een geschil tussen verhuurster en huurder over herstelkosten en onbetaalde huur na beëindiging van een huurovereenkomst van een woning in Rotterdam.
De verhuurster vorderde betaling van herstelkosten om de woning in oorspronkelijke staat terug te brengen, onbetaalde huur van december 2019, incassokosten en wettelijke rente. De huurder erkende slechts een klein deel van de kosten en betwistte het merendeel, waaronder de noodzaak van herstel van een door hem geplaatste muur en diverse andere gebreken.
De kantonrechter oordeelde dat slechts herstelkosten voor het vervangen van het slot van de slaapkamerdeur, de wc-bril en het verwijderen van de muur toewijsbaar waren, omdat deze gebreken zonder voorafgaande inspectie duidelijk voor de huurder waren en geen toestemming was gevraagd voor de muur. De overige herstelkosten werden afgewezen wegens onvoldoende specificatie en onderbouwing. De onbetaalde huur voor december 2019 werd toegewezen. Na verrekening met de borgsom resteerde een klein bedrag dat de huurder aan de verhuurster moet betalen. Incassokosten en wettelijke rente werden eveneens toegewezen. De proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: De kantonrechter wijst de meeste herstelkosten af en veroordeelt de huurder tot betaling van een beperkt bedrag plus onbetaalde huur, incassokosten en rente.