ECLI:NL:RBROT:2020:796
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek eigen aangifte faillietverklaring wegens gebrek aan baten
De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid heeft op eigen aangifte een verzoek tot faillietverklaring ingediend. Uit de stukken en de zitting blijkt dat de vennootschap is opgehouden met betalen, wat voldoet aan de faillissementsvereisten.
Echter is vastgesteld dat de onderneming geen baten heeft, geen debiteuren, geen onroerende zaken, geen bedrijfspand en geen personeel behalve de bestuurder. De bedrijfsactiviteiten zijn al geruime tijd gestaakt, waardoor er geen executabel vermogen is.
De rechtbank oordeelt dat het doen van een eigen aangifte in deze situatie misbruik van recht is, omdat het belang van de vennootschap niet opweegt tegen de lasten voor een curator die geen baten kan realiseren. Het faillissement zou snel worden opgeheven, met toename van schulden door curatorkosten, zonder doel.
Ook is niet gesteld dat er belangen van derden zijn die het faillissement rechtvaardigen. De rechtbank wijst het verzoek daarom af en wijst op de mogelijkheid tot ontbinding van de vennootschap op grond van artikel 2:19 BW Pro. Het is aan crediteuren om bij een eventueel faillissementsverzoek aan te tonen dat er wel baten zijn.
De beschikking is gegeven door rechter Frima op 30 januari 2020.
Uitkomst: Verzoek tot faillietverklaring op eigen aangifte wordt afgewezen wegens het ontbreken van baten en misbruik van recht.