ECLI:NL:RBROT:2020:8249
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke uitspraak over disciplinair ontslag ambtenaar wegens plichtsverzuim
De rechtbank Rotterdam heeft op 22 september 2020 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak over het disciplinair ontslag van een ambtenaar wegens plichtsverzuim. In een eerdere tussenuitspraak werd vastgesteld dat het oorspronkelijke besluit gebreken vertoonde, met name het ten onrechte aanmerken van het aanleggen van een nekklem als plichtsverzuim en het ontbreken van een onderzoek naar toerekenbaarheid.
Naar aanleiding daarvan heeft de Minister van Justitie en Veiligheid een nieuw onderzoek laten uitvoeren door een medisch adviseur en een onafhankelijke psychiater. Deze concludeerden dat er geen sprake was van ontoerekeningsvatbaarheid, hoewel sprake kon zijn van verlies van controle over emoties door stress. De minister heeft daarop de nieuwe beslissing op bezwaar genomen, waarin het ontslag gehandhaafd werd vanwege toerekenbaar plichtsverzuim.
De rechtbank oordeelt dat het nieuwe onderzoek voldoende onafhankelijk en zorgvuldig is uitgevoerd en dat de minister terecht het plichtsverzuim als toerekenbaar heeft aangemerkt. De opgelegde disciplinaire straf van ontslag wordt als evenredig beschouwd gezien de ernst van de gedragingen en de eisen aan integriteit binnen het detentiecentrum. Het beroep tegen het bestreden besluit wordt gegrond verklaard en vernietigd, maar het beroep tegen de nieuwe beslissing op bezwaar wordt ongegrond verklaard. Verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen, maar het griffierecht wordt aan eiser vergoed.
Uitkomst: Het disciplinair ontslag van eiser wordt gehandhaafd als evenredig en toerekenbaar plichtsverzuim.