Uitspraak
VONNIS
[naam veroordeelde] ,
€ 35.750,00 - € 2.085,00 = € 33.665,00.
€ 33.665,00 (zegge: drieëndertigduizendzeshonderdvijfenzestig euro).
Rechtbank Rotterdam
De rechtbank Rotterdam heeft op 3 februari 2020 uitspraak gedaan in een ontnemingsvordering tegen de veroordeelde, die gelijktijdig is veroordeeld tot 30 maanden gevangenisstraf voor mensenhandel gepleegd tussen 11 september 2018 en 9 maart 2019.
De officier van justitie vorderde ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel tot een maximum van €69.415. De rechtbank heeft het voordeel vastgesteld op €33.665, gebaseerd op een schatting van de gemiddelde inkomsten per dag uit prostitutiewerkzaamheden van het slachtoffer. Omdat het slachtoffer wisselende verklaringen gaf en er geen objectieve gegevens waren, schatte de rechtbank de inkomsten op €250 per dag over een periode van 143 dagen, minus gemaakte kosten.
De verdediging verzocht de officier van justitie niet-ontvankelijk te verklaren omdat in de hoofdzaak vrijspraak werd bepleit, maar dit verzoek werd niet gehonoreerd. De rechtbank nam de persoonlijke omstandigheden van de veroordeelde mee en achtte aannemelijk dat hij draagkracht heeft om het bedrag terug te betalen. De vordering werd toegewezen en de veroordeelde werd verplicht tot betaling van €33.665 aan de staat.
Uitkomst: De rechtbank stelde het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €33.665 en legde de verplichting tot betaling aan de staat op.