ECLI:NL:RBROT:2020:8523
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvullende bijstandsaanvraag wegens niet-duurzaam gescheiden partner en hogere WAO-uitkering
Eiser ontving tot 31 maart 2019 aanvullende bijstand als alleenstaande naast zijn WAO-uitkering. Verweerder herzag dit naar de gehuwdennorm vanwege een niet-rechthebbende partner en trok de bijstand in per 1 april 2019 omdat de WAO-uitkering hoger was dan de bijstandsnorm. Eiser deed meerdere aanvragen voor aanvullende bijstand, die werden afgewezen omdat geen sprake was van gewijzigde omstandigheden.
De rechtbank oordeelt dat eiser en zijn echtgenote niet duurzaam gescheiden leven, omdat beiden de wens hebben om het huwelijk te hervatten zodra de vreemdelingenrechtelijke situatie dat toelaat. De situatie is niet uitzichtloos en verschilt van eerdere vergelijkbare uitspraken. De rechtbank volgt verweerder dat geen aanleiding bestaat voor afstemming van de bijstand op grond van zeer bijzondere omstandigheden, aangezien eiser onvoldoende bewijs leverde.
Hoewel eiser financieel krap zit en zijn echtgenote tijdelijk ondersteunt, is het niet de bedoeling van de Participatiewet dat bijstand aan een niet-rechthebbende partner wordt verstrekt. Het beroep op gelijkheidsbeginsel wordt niet nader onderbouwd en faalt. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvullende bijstand blijft in stand.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de aanvullende bijstand wegens het ontbreken van duurzaam gescheiden leven en hogere WAO-uitkering.