De officier van justitie verzocht de rechtbank Rotterdam om voortzetting van een crisismaatregel opgelegd op 23 juni 2020 aan betrokkene, die zich hevig verzette tegen politieaanhouding. De mondelinge behandeling vond plaats op 25 juni 2020, telefonisch vanwege COVID-19, waarbij betrokkene en zijn advocaat, alsmede twee medisch specialisten, werden gehoord.
De rechtbank oordeelde op basis van de medische verklaringen en de mondelinge toelichting dat er geen sprake was van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel. Hoewel betrokkene wantrouwend en emotioneel instabiel was, kwalificeerde dit gedrag niet als zodanig ernstig nadeel. Eerdere incidenten van ruim een jaar geleden werden als verouderd beschouwd en boden geen grond voor voortzetting.
Op grond hiervan wees de rechtbank het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel af. Tegen deze beschikking staat cassatie open. De beschikking werd mondeling gegeven op 25 juni 2020 en schriftelijk uitgewerkt op 26 juni 2020.