Verzoekster heeft een verzoek ingediend op grond van artikel 287a Faillissementswet om schuldeisers, waaronder Gemeente Leiden en Capabel, te dwingen akkoord te gaan met een schuldregeling waarbij preferente schuldeisers 5,89% en concurrente schuldeisers 2,95% van hun vordering ontvangen.
27 van de 29 schuldeisers stemden in met het voorstel, maar Gemeente Leiden en Capabel weigerden. Capabel voerde aan dat het aanbod niet in verhouding staat tot de vordering en dat verzoekster zelf schuld had aan het ontstaan van de schulden. Verzoekster heeft geen betaalde arbeid en heeft zich niet voldoende ingespannen om haar situatie te verbeteren.
De rechtbank overweegt dat de belangen van de weigerende schuldeisers, die samen bijna 12% van de schuldenlast vertegenwoordigen, zwaarder wegen dan die van verzoekster en de overige schuldeisers. Het voorstel is niet het uiterste dat verzoekster kan bieden en er is onvoldoende waarborg dat verzoekster zich zal inspannen om haar afloscapaciteit te verhogen.
Daarom wijst de rechtbank het verzoek af om de schuldeisers te dwingen in te stemmen met de schuldregeling. Een afzonderlijke beslissing over het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling zal nog volgen.