Het CIZ heeft een verzoek ingediend voor een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf van een cliënt met een psychogeriatrische aandoening (dementie). De rechtbank constateerde dat het verzoek twee dagen te laat was ingediend, maar oordeelde dat deze geringe termijnoverschrijding geen reden tot niet-ontvankelijkheid was omdat de cliënt niet in zijn belangen was geschaad.
De cliënt vertoonde ernstig nadeel door zijn aandoening, waaronder desoriëntatie, gevaarlijk gedrag in het verkeer, onvermogen tot zelfzorg en het weigeren van thuiszorg. De opname en het verblijf werden noodzakelijk en geschikt geacht om het ernstig nadeel te voorkomen, en er waren geen minder ingrijpende alternatieven beschikbaar.
Hoewel de cliënt zich verzette tegen opname en verblijf en aangaf thuis te willen blijven wonen, oordeelde de rechtbank dat aan de wettelijke criteria voor machtiging was voldaan. De machtiging werd verleend voor een periode van zes maanden, tot en met 4 maart 2021.