AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Toewijzing rechterlijke machtiging tot opname en verblijf wegens ziekte van Alzheimer
De rechtbank Rotterdam behandelde op 8 september 2020 het verzoek van het CIZ tot een rechterlijke machtiging voor opname en verblijf van een cliënt met de ziekte van Alzheimer. Uit de medische verklaring en het indicatiebesluit bleek dat de cliënt lijdt aan een psychogeriatrische aandoening met ernstige gevolgen zoals geheugenstoornissen, oriëntatieproblemen, vermagering door vergeetachtigheid en frequente valincidenten.
De cliënt ondervindt ernstig nadeel door zijn aandoening, waaronder levensgevaar en ernstige verwaarlozing. Ondanks maximale thuiszorg en zorg door zijn kinderen, die overbelast zijn, is opname noodzakelijk om het ernstig nadeel te voorkomen. De cliënt verzette zich tegen opname en uitte zorgen over zijn overleving bij gedwongen opname.
De rechtbank concludeerde dat aan de wettelijke criteria van artikel 24 WzdPro is voldaan, dat opname noodzakelijk en geschikt is en dat er geen minder ingrijpende alternatieven zijn. Daarom werd de machtiging tot opname en verblijf voor de duur van zes maanden toegekend, geldig tot 8 maart 2021.
Uitkomst: Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor zes maanden toegekend wegens ernstig nadeel door ziekte van Alzheimer.
Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
Team familie
Zaak-/rekestnummer: C/10/602538 / FA RK 20-6254
Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 8 september 2020 betreffende een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf als bedoeld in artikel 24 vanPro de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten (hierna: Wzd)
op verzoek van:
het CIZ,
met betrekking tot:
[naam cliënt],
geboren op [geboortedatum cliënt] te [geboorteplaats cliënt] ,
hierna: cliënt,
wonende en verblijvende te [adres cliënt] , [postcode cliënt] [woonplaats cliënt] ,
advocaat mr. M.D. van Velthoven te Rotterdam.
1..Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van het CIZ, ingekomen ter griffie op 18 augustus 2020.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
het indicatiebesluit op grond van artikel 3.2.3 van de Wet langdurige zorg van 15 augustus 2020
de medische verklaring, opgesteld en ondertekend door [naam specialist] , specialist ouderengeneeskunde, van 14 juli 2020;
de aanvraag voor een rechterlijke machtiging van 2 juli 2020.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 8 september 2020.
Bij die gelegenheid zijn op grond van artikel 2 TijdelijkePro wet COVID-19 Justitie en Veiligheid de navolgende personen telefonisch gehoord, omdat het houden van een fysieke zitting vanwege het coronavirus niet mogelijk was:
cliënt met zijn hiervoor genoemde advocaat;
[naam casemanager] , casemanager, verbonden aan Laurens;
[naam dochter cliënt] , dochter van cliënt.
2..Beoordeling
2.1.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat cliënt lijdt aan een psychogeriatrische aandoening, te weten een beeld passend bij de Ziekte van Alzheimer.
2.2.
Het gedrag van cliënt leidt als gevolg van deze psychogeriatrische aandoening tot ernstig nadeel. Het ernstig nadeel is gelegen in het bestaan van, of het aanzienlijk risico op, levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade voor een ander en ernstige verwaarlozing of maatschappelijke teloorgang. Cliënt heeft oriëntatie en geheugenstoornissen. Ook is er sprake van stoornissen in de executieve functies en lichte incontinentie. Cliënt is sterk vermagerd doordat hij vergeet te eten. De laatste tijd valt cliënt vaak en weet dan niet adequaat te alarmeren. Hij heeft geen ziektebesef en geen ziekte-inzicht. Cliënt krijgt de maximale thuiszorg en wordt daarnaast verzorgd door zijn kinderen. Zij zijn overbelast en kunnen niet meer voor hem zorgen.
2.3.
De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden.
2.4.
Er zijn geen minder ingrijpende mogelijkheden om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden.
2.5.
Gebleken is dat cliënt zich verzet tegen de opname en het verblijf. Cliënt verklaart ter zitting dat hij zich niet laat opnemen en dat wanneer hij uit zijn huis wordt gehaald hij binnen een dag dood is. Cliënt heeft eerder aangegeven dat hij bij een gedwongen verhuizing aan zelfmoord denkt.
2.6.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat is voldaan aan de criteria voor een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf als bedoeld in de Wzd. De machtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van zes maanden.
3..Beslissing
De rechtbank:
3.1.
verleent een machtiging tot opname en verblijf ten aanzien van [naam cliënt] voornoemd;
3.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 8 maart 2021.
Deze beschikking is op 8 september 2020 mondeling gegeven door mr. L.A.C. van Nifterick, rechter, in tegenwoordigheid van H.J. de Wit, griffier, en op 10 september 2020 schriftelijk uitgewerkt en getekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.