De officier van justitie verzocht op 7 september 2020 om voortzetting van een op 4 september 2020 opgelegde crisismaatregel voor betrokkene, die verblijft in een psychiatrische instelling. De mondelinge behandeling vond plaats op 8 september 2020, waarbij betrokkene, zijn advocaat en behandelaren via beeld- en geluidverbinding werden gehoord. De officier was niet aanwezig.
Uit de medische verklaring en de zitting bleek dat betrokkene lijdt aan een psychotische stoornis met paranoïde, betrekkings-, grootheids- en vergiftigingswanen, en dat er een onmiddellijk dreigend ernstig nadeel bestaat, waaronder risico op ernstig lichamelijk letsel en maatschappelijke teloorgang. Betrokkene vertoonde agressief gedrag richting zijn moeder. De crisissituatie was zo ernstig dat een reguliere zorgmachtiging niet kon worden afgewacht.
De rechtbank achtte verplichte zorg noodzakelijk, waaronder medicatie, medische controles, bewegingsvrijheidsbeperking, insluiting, toezicht, onderzoeken van lichaam en verblijfsruimte, en beperkingen in het gebruik van communicatiemiddelen. Het toedienen van vocht en voeding en het beperken van bezoek werden niet noodzakelijk geacht. Betrokkene verzette zich tegen de zorg, maar er waren geen minder bezwarende alternatieven. De maatregelen werden als evenredig en effectief beoordeeld.
De rechtbank verleende daarom een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel met een geldigheidsduur van drie weken, tot en met 29 september 2020.