ECLI:NL:RBROT:2020:9308
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Toepassing beslagvrije voet op huurtoeslag bij beslaglegging
Verzoekster, een eenpersoonshuishouden met een uitkering, huurt een woning en ontvangt huur- en zorgtoeslag. Op verzoek van verhuurder Woonbron is beslag gelegd op de huurtoeslag vanwege achterstallige huurbetalingen. Verzoekster verzoekt de kantonrechter de beslagvrije voet toe te passen op de huurtoeslag zodat niet het volledige bedrag onder het beslag valt.
Woonbron betwist primair de toepassing van de beslagvrije voet op toeslagen en voert subsidiair een lagere beslagvrije voet aan dan verzoekster. De kantonrechter overweegt dat de huurtoeslag een wederkerende betaling is waarop de beslagvrije voet van toepassing kan zijn, mede gelet op wetsgeschiedenis en eerdere jurisprudentie. De huurtoeslag is bestemd voor huurbetaling en beslaglegging kan leiden tot onvoldoende middelen van bestaan.
Bij de berekening van de beslagvrije voet wordt de huurtoeslag niet in mindering gebracht omdat deze door het beslag niet daadwerkelijk wordt ontvangen. De kantonrechter stelt de beslagvrije voet vast op € 1.321,47 en veroordeelt Woonbron in de proceskosten.
Uitkomst: De beslagvrije voet wordt toegepast op de huurtoeslag en vastgesteld op € 1.321,47, waarbij Woonbron in de proceskosten wordt veroordeeld.