ECLI:NL:RBROT:2020:9337
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- E. van Lunenberg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing parkeervergunning voor leaseauto vanwege niet op naam staan leasecontract
Eiseres heeft een parkeervergunning bewoners aangevraagd voor een leaseauto, maar het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam wees deze aanvraag af omdat het leasecontract niet op haar naam stond. Eerder had de rechtbank het college al opgedragen binnen twee weken alsnog op het bezwaar te beslissen, wat leidde tot een nieuwe afwijzing van het bezwaar.
De rechtbank overweegt dat eiseres niet voldoet aan de voorwaarden van artikel 5 van Pro het Uitvoeringsbesluit parkeren Rotterdam 2019, omdat zij niet de huurder of lessee is van het voertuig, maar haar vader. De rechtbank volgt het college in de uitleg dat de aanvrager niet alleen feitelijk gebruiker moet zijn, maar ook huurder of lessee van het voertuig.
Eiseres stelde dat het college de hoorplicht heeft geschonden door geen hoorzitting te houden, maar de rechtbank oordeelt dat dit gebrek kan worden gepasseerd omdat eiseres geen gebruik wilde maken van het recht om gehoord te worden en zij in beroep haar standpunten heeft kunnen toelichten.
De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is en wijst het verzoek om schadevergoeding af. Er is geen proceskostenveroordeling en eiseres is vrijgesteld van griffierecht.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de parkeervergunning voor de leaseauto wordt ongegrond verklaard.