ECLI:NL:RBROT:2020:9917
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek rechterlijke machtiging voortzetting verblijf op grond van de Wzd wegens autismespectrumstoornis
Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank Rotterdam om een rechterlijke machtiging tot voortzetting van het verblijf van cliënt op grond van artikel 24 van Pro de Wet zorg en dwang (Wzd). Cliënt lijdt aan een autismespectrumstoornis en een posttraumatische stressstoornis, met zelfdestructief gedrag, maar heeft een normaal intelligentiequotiënt zonder vastgestelde verstandelijke beperking.
De rechtbank stelde vast dat cliënt onder de reikwijdte van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) valt en niet onder de Wzd, die alleen van toepassing is op personen met een psychogeriatrische aandoening of verstandelijke beperking. Hoewel cliënt baat heeft bij de zorg die in de Wzd-accommodatie wordt geboden, is er geen wettelijke grondslag voor een machtiging op grond van de Wzd.
De rechtbank benadrukte dat het een onbedoeld gevolg van de wetswijziging is dat cliënt niet op de meest geschikte plek onvrijwillige zorg kan ontvangen en dat het aan de wetgever is om hiervoor een oplossing te bieden. Het verzoek werd daarom afgewezen. Ook een impliciet verzoek tot toepassing van artikel 38 lid 10 Wzd Pro, waarbij het verzoek op grond van de Wzd zou worden opgevat als een verzoek op grond van de Wvggz, werd afgewezen omdat cliënt met een zorgmachtiging op grond van de Wvggz niet in de Wzd-accommodatie kan blijven wonen.
Uitkomst: Het verzoek tot rechterlijke machtiging tot voortzetting van verblijf op grond van de Wzd wordt afgewezen omdat cliënt geen verstandelijke beperking heeft en onder de Wvggz valt.