ECLI:NL:RBROT:2021:10137
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over onvoldoende gemotiveerde vaststelling opleidingsniveau bij Wajong-uitkering
Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor een Wajong-uitkering, die door verweerder is afgewezen omdat zij niet meer dan 25% arbeidsongeschikt zou zijn geweest gedurende een heel jaar. De verzekeringsarts en arbeidsdeskundige hebben haar beperkingen en arbeidsmogelijkheden beoordeeld, waarbij het opleidingsniveau als niveau 2 werd vastgesteld. Eiseres betwist dit en stelt dat zij het basisonderwijs niet heeft voltooid en niet zelfredzaam was.
De rechtbank stelt vast dat de juiste maatstaf, namelijk de Algemene arbeidsongeschiktheidswet (AAW), is toegepast omdat eiseres vóór 1980 is geboren. Wel oordeelt de rechtbank dat het opleidingsniveau onvoldoende is gemotiveerd; de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep concludeerde dat eiseres het basisonderwijs wel had voltooid, terwijl de primaire arbeidsdeskundige dit ontkende. De enkele opsomming van functies die eiseres heeft vervuld is onvoldoende om het opleidingsniveau gelijk te stellen aan niveau 2.
De rechtbank concludeert dat het bestreden besluit niet met de vereiste zorgvuldigheid is genomen en niet deugdelijk is gemotiveerd, in strijd met de artikelen 3:4 en 7:12 Awb. Daarom krijgt verweerder de gelegenheid binnen vier weken het gebrek te herstellen, hetzij door aanvullende motivering, hetzij door een nieuwe beslissing op bezwaar. De rechtbank houdt verdere beslissingen aan tot de einduitspraak.
Uitkomst: De rechtbank wijst het bestreden besluit af wegens onvoldoende motivering en geeft verweerder vier weken de tijd om het gebrek te herstellen.