ECLI:NL:CRVB:2014:630
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WGA-uitkering na zorgvuldig medisch en arbeidskundig onderzoek
Appellant viel in april 2005 uit wegens lichamelijke en psychische klachten en ontving een loongerelateerde WGA-uitkering. Het UWV trok deze uitkering in 2009 in na medisch en arbeidskundig onderzoek, waarbij werd vastgesteld dat appellant geschikt was voor bepaalde functies met een verlies aan verdienvermogen van 28,2%.
Appellant stelde bezwaar in en voerde aan dat zijn beperkingen werden onderschat, met name zijn rugklachten en psychische problematiek, en dat de functies niet passend waren vanwege medische redenen en taalbeheersing. De bezwaarverzekeringsarts en arbeidsdeskundige bevestigden de eerdere beoordeling, waarna het bezwaar ongegrond werd verklaard.
De rechtbank onderschreef dit oordeel en stelde vast dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de functies passend waren. In hoger beroep bracht appellant aanvullende medische informatie in, maar de Raad oordeelde dat deze geen aanleiding gaf tot herziening van de eerdere conclusies.
De Raad bevestigde dat het opleidingsniveau van appellant terecht was vastgesteld op niveau 2, gezien zijn werkervaring en taalvaardigheid, en dat de functies passend waren ondanks beperkte beheersing van de Nederlandse taal. De intrekking van de WGA-uitkering werd daarmee bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WGA-uitkering na zorgvuldig medisch en arbeidskundig onderzoek.