ECLI:NL:RBROT:2021:10174

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
29 september 2021
Publicatiedatum
19 oktober 2021
Zaaknummer
FT EA 21/955 en FT EA 21/956
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 287a Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing dwangakkoord tegen schuldeiser in schuldregeling op basis van Faillissementswet artikel 287a

Verzoekster heeft een schuldregeling aangeboden aan haar schuldeisers, waarbij zij 1,94% van de totale schuld aan concurrente schuldeisers zou betalen. Vijftien van de zestien schuldeisers stemden in met dit aanbod, maar Lometi B.V. weigerde vanwege het lage bedrag. Verzoekster vroeg de rechtbank om Lometi B.V. te bevelen in te stemmen met de regeling op grond van artikel 287a Faillissementswet.

De rechtbank stelde vast dat Lometi B.V. slechts 9% van de totale schuld vertegenwoordigt en dat het voorstel door een onafhankelijke partij, de Kredietbank Rotterdam, was getoetst en goed gedocumenteerd. Verzoekster werkt fulltime en voldoet aan haar werkverplichting, en zit in budgetbeheer, waardoor nieuwe schulden onwaarschijnlijk zijn.

De rechtbank oordeelde dat het belang van verzoekster en de overige schuldeisers die instemden zwaarder wegen dan het belang van Lometi B.V. bij weigering. Ook is het voorstel het uiterste wat verzoekster redelijkerwijs kan bieden. Daarom werd het verzoek om Lometi B.V. te bevelen in te stemmen met de schuldregeling toegewezen, en het subsidiaire verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling afgewezen.

Uitkomst: De rechtbank beveelt Lometi B.V. in te stemmen met de schuldregeling en wijst het subsidiaire verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling af.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie
rekestnummer: [nummer 1] en [nummer 2]
uitspraakdatum: 29 september 2021
in de zaak van:
[verzoekster],
wonende te [adres]
[postcode] [plaats] ,
verzoekster.

1..De procedure

Verzoekster heeft op 22 juli 2021, tezamen met een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling, een verzoek ingevolge artikel 287a, eerste lid, Faillissementswet (hierna: Fw) ingediend om twee schuldeisers, te weten:
  • Lometi B.V.;
  • Rijnland Gerechtsdeurwaarders & Incasso,
die weigeren mee te werken aan een door verzoekster aangeboden schuldregeling, te bevelen in te stemmen met deze schuldregeling.
Rijnland Gerechtsdeurwaarders & Incasso heeft voorafgaande aan de zitting, bij brief van 15 september 2021, aan de rechtbank te kennen gegeven alsnog in te stemmen met de aangeboden schuldregeling.
Ter zitting van 22 september 2021 zijn verschenen en gehoord:
  • verzoekster;
  • mevrouw [persoon A] , werkzaam bij de Kredietbank Rotterdam (hierna: schuldhulpverlening).
De weigerende schuldeiser is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.
De uitspraak is bepaald op heden.

2..Het verzoek

Verzoekster heeft volgens het ingediende verzoekschrift zestien concurrente schuldeisers met twintig vorderingen. Deze schuldeisers hebben in totaal een bedrag van
€ 90.323,00 van verzoekster te vorderen.
Verzoekster heeft bij brief van 30 april 2021 een schuldregeling aangeboden aan haar schuldeisers, inhoudende een betaling van 1,94 % aan de concurrente schuldeisers tegen finale kwijting.
Het aangeboden akkoord heeft de volgende inhoud en achtergrond.
De aangeboden regeling is gebaseerd op de NVVK-norm en de afloscapaciteit die verzoekster heeft op basis van haar dienstbetrekking. Verzoekster werkt fulltime en heeft een arbeidscontract voor bepaalde tijd. De aangeboden regeling voorziet derhalve in uitkering van een prognosepercentage. Dat betekent dat de afloscapaciteit eventueel nog hoger of nog lager zal kunnen uitvallen.
Verzoekster heeft zich op het standpunt gesteld dat zij al het mogelijke heeft gedaan om het aangeboden percentage aan haar schuldeisers aan te bieden. Verzoekster heeft sinds de aanmelding bij schuldhulpverlening geen nieuwe schulden of achterstanden meer laten ontstaan en haar vaste lasten worden inmiddels door haar budgetbeheerder voldaan.
Vijftien schuldeisers met negentien vorderingen stemmen met de aangeboden schuldregeling in. Lometi B.V. met één vordering stemt hier niet mee in. Zij heeft een vordering van € 8.108,20 op verzoekster, welke 9,0 % van de totale schuldenlast beloopt.

3..Het verweer

In de contacten met schuldhulpverlening heeft Lometi B.V. te kennen gegeven het aangeboden bedrag te laag te vinden. Het aanbod zou niet in verhouding staan met de totale schuldvordering. Om die reden stemt Lometi B.V. niet in met de aangeboden schuldregeling.
Hoewel behoorlijk opgeroepen heeft Lometi B.V. geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid haar standpunten ter zitting toe te lichten.

4..De beoordeling

Uitgangspunt is dat het iedere schuldeiser in beginsel vrij staat om te verlangen dat 100% van haar vordering, vermeerderd met rente, wordt voldaan. Nu de aangeboden regeling voorziet in een lagere uitkering dan de volledige vordering, staat het belang van Lometi B.V. bij haar weigering vast.
De rechtbank ziet zich gesteld voor het beantwoorden van de vraag of Lometi B.V. in redelijkheid niet tot weigering van instemming met de schuldregeling heeft kunnen komen, in aanmerking genomen de onevenredigheid tussen het belang dat zij heeft bij uitoefening van de bevoegdheid tot weigering en de belangen van verzoekster of de overige schuldeisers die door de weigering worden geschaad.
De rechtbank stelt allereerst vast dat de vordering van Lometi B.V. een gering aandeel vormt in de totale schuldenlast van 9,0 %. Een ruime meerderheid van de schuldeisers, namelijk vijftien van de zestien schuldeisers, is met de aangeboden regeling akkoord gegaan. Lometi B.V. met één vordering stemt hier niet mee in.
De rechtbank stelt eveneens vast dat het voorstel is getoetst door een deskundige en onafhankelijke partij, te weten de Kredietbank Rotterdam. Voorts is het voorstel naar het oordeel van de rechtbank goed en controleerbaar gedocumenteerd.
De rechtbank is van oordeel dat het voorstel het uiterste is waartoe verzoekster in staat moet worden geacht. Uit het verzoekschrift en het verhandelde ter zitting is gebleken dat verzoekster thans beschikt over een fulltime baan, op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Dat betekent dat verzoekster reeds voldoet aan de in de schuldsaneringsregeling bestaande werkverplichting voor 36 uur per week. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat het voorstel het uiterste is waartoe verzoekster in staat moet worden geacht.
Door schuldhulpverlening is ter zitting verklaard dat aan alle waarborgen, die ervoor moeten zorgen dat verzoekster het maximale ten behoeve van haar schuldeisers zal afdragen, is voldaan. Verzoekster zit in budgetbeheer. Het ontstaan van nieuwe schulden ligt niet in de rede.
Naar verwachting zal de uitwerking van het voorstel een gunstiger resultaat hebben voor de schuldeisers dan in de situatie dat de schuldsaneringsregeling op verzoekster van toepassing zou zijn, zoals subsidiair verzocht. Immers, de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling zal aanzienlijke kosten met zich brengen, bestaande uit salaris voor de bewindvoerder en griffierecht, die in mindering komen op hetgeen verzoekster zou kunnen afdragen in de schuldsaneringsregeling. Dat betekent dat toepassing van de schuldsaneringsregeling de schuldeisers minder zou opleveren dan bij het akkoord wordt aangeboden.
Op grond van het voorgaande komt de rechtbank dan ook tot het oordeel dat de belangen van verzoekster die vanuit een stabiele situatie haar schuldenproblematiek wil oplossen en van de overige schuldeisers die hebben ingestemd met het aanbod, zwaarder wegen dan die van Lometi B.V., die geweigerd heeft in te stemmen.
Het verzoek om Lometi B.V. te bevelen in te stemmen met de schuldregeling wordt daarom toegewezen.
Lometi B.V. zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Nu voor het onderhavige verzoekschrift geen griffierecht verschuldigd is en verzoekster niet is bijgestaan door een advocaat, worden de kosten begroot op nihil.
De rechtbank stelt vast dat er thans een gedwongen schuldregeling is afgekondigd, die in de plaats komt van de vrijwillige instemming van de schuldeisers. Hieruit volgt dat verzoekster zal kunnen voortgaan met het betalen van haar schulden en dat zij niet verkeert in de toestand dat zij heeft opgehouden te betalen zodat het subsidiaire verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling zal worden afgewezen.

5..De beslissing

De rechtbank:
- beveelt Lometi B.V. om in te stemmen met de door verzoekster aangeboden schuldregeling;
- veroordeelt Lometi B.V. in de kosten van deze procedure, aan de zijde van verzoekster begroot op nihil;
- bepaalt dat dit vonnis in de plaats treedt van de vrijwillige instemming;
- wijst het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling af;
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Aukema, rechter, en in aanwezigheid van
mr. C. Hulsegge, griffier, in het openbaar uitgesproken op 29 september 2021. [1]

Voetnoten

1.Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.