Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1..De procedure
- verzoeker;
- mevrouw I. Muller, werkzaam bij Kredietbank Rotterdam (hierna: schuldhulpverlening);
- mevrouw B. Hamerlink, werkzaam bij Budget Solutions B.V. (hierna: beschermingsbewindvoerder).
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker heeft een schuldregeling aangeboden aan dertien schuldeisers, waarbij twaalf schuldeisers instemden, maar één preferente schuldeiser weigerde mee te werken aan vijf van haar zeven vorderingen ter hoogte van € 6.907,98.
De rechtbank beoordeelde of deze schuldeiser in redelijkheid tot weigering heeft kunnen komen, waarbij werd meegewogen dat de regeling gebaseerd is op de NVVK-norm en de afloscapaciteit van verzoeker, die twee parttime banen heeft en sinds oktober 2021 37 uur per week werkt. De schuldeiser beriep zich op artikel 60c Participatiewet wegens niet-naleving van de inlichtingenplicht.
De rechtbank oordeelde dat artikel 287a Faillissementswet de mogelijkheid biedt om een schuldeiser te dwingen in te stemmen na belangenafweging. Gezien de instemming van de overige schuldeisers, de deskundige toetsing door de Kredietbank Rotterdam en de omstandigheden rondom Covid-19, woog het belang van verzoeker en de overige schuldeisers zwaarder dan dat van de weigeraar.
De rechtbank beveelt de schuldeiser tot instemming met de regeling, veroordeelt haar in de proceskosten en wijst het subsidiaire verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling af.
Uitkomst: De rechtbank beveelt de schuldeiser in te stemmen met de schuldregeling en wijst het subsidiaire verzoek tot schuldsaneringsregeling af.