Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1..De procedure
- verzoeker;
- mevrouw P. Dos Reis, werkzaam bij Kredietbank Rotterdam (hierna: schuldhulpverlening);
- mevrouw M. Assadian, werkzaam bij Kredietbank Rotterdam (hierna: beschermingsbewind).
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker heeft een schuldregeling aangeboden aan zeven schuldeisers, waarbij drie preferente en vier concurrente schuldeisers betrokken zijn met een totale vordering van €44.310,76. Het akkoord voorziet in een betaling van 21,60% aan preferente en 10,8% aan concurrente schuldeisers. Zes schuldeisers stemden in, maar één preferente schuldeiser weigerde voor één vordering van €809,01 in te stemmen.
De schuldeiser baseerde haar weigering op artikel 60c Participatiewet, stellende dat zij niet kan meewerken aan een regeling tegen finale kwijting wegens niet-nakoming van de inlichtingenplicht door verzoeker. De rechtbank oordeelt dat artikel 287a Faillissementswet de rechtbank de bevoegdheid geeft om schuldeisers te bevelen in te stemmen na belangenafweging.
De rechtbank constateert dat de vordering van de weigeraar slechts 1,8% van de totale schuld betreft, dat zes schuldeisers akkoord zijn, en dat het voorstel is getoetst door een onafhankelijke partij. Verzoeker is arbeidsongeschikt en ontvangt een Ziektewetuitkering, met beschermingsbewind en ondersteuning via WMO. De rechtbank acht het akkoord het uiterste dat verzoeker kan bieden en stelt dat de belangen van verzoeker en instemmende schuldeisers zwaarder wegen dan die van de weigeraar.
Daarom beveelt de rechtbank de schuldeiser in te stemmen met de schuldregeling, veroordeelt haar in de proceskosten, en wijst het subsidiaire verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling af. Het vonnis treedt in de plaats van vrijwillige instemming en is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De rechtbank beveelt de schuldeiser in te stemmen met de schuldregeling en wijst het subsidiaire verzoek tot schuldsanering af.