Verzoekster heeft een schuldregeling aangeboden aan haar 22 schuldeisers, waarbij preferente schuldeisers 3,98% en concurrente schuldeisers 1,99% van hun vordering ontvangen. Twintig schuldeisers stemden in met het akkoord, maar twee schuldeisers, hier aangeduid als de Rechtbank en Direct Pay, weigerden hun instemming. De rechtbank beoordeelt of deze weigering redelijk is gezien het geringe aandeel van hun vorderingen (1,1% van de totale schuld) en het belang van verzoekster en de overige schuldeisers.
De rechtbank stelt vast dat het voorstel is getoetst door een onafhankelijke partij, de Kredietbank Rotterdam, en dat het voorstel goed gedocumenteerd is. Verzoekster ontvangt een Ziektewetuitkering en volgt een re-integratietraject om haar arbeidsvermogen te herstellen. Er is ook aandacht voor mogelijke compensatie in verband met de kinderopvangtoeslagaffaire, maar dit is nog niet vastgesteld.
De rechtbank oordeelt dat het belang van verzoekster en de meerderheid van schuldeisers zwaarder weegt dan dat van de twee weigeraars. Daarom beveelt zij deze schuldeisers in te stemmen met het akkoord. Tevens wijst de rechtbank het subsidiaire verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling af omdat het dwangakkoord een gunstiger resultaat biedt voor schuldeisers. De weigeraars worden veroordeeld in de proceskosten, die nihil zijn wegens het ontbreken van advocaatkosten en griffierecht.