ECLI:NL:RBROT:2021:10431

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
27 oktober 2021
Publicatiedatum
28 oktober 2021
Zaaknummer
21.305 FT RK
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen faillietverklaring gegrond wegens betalingsregeling en vaststelling curatorvergoeding

B&S Transport B.V. heeft verzet aangetekend tegen haar faillietverklaring door de rechtbank Rotterdam van 28 september 2021. Het verzet is gebaseerd op het feit dat tussen verzoekster en de aanvrager van het faillissement een betalingsregeling is getroffen, waardoor verzoekster niet langer in staat van faillissement verkeert.

De curator heeft bevestigd dat er voldoende middelen beschikbaar zijn om zijn salaris en de faillissementskosten te voldoen, en dat zekerheid is gesteld via een derdengeldenrekening. De rechtbank oordeelt dat het verzet tijdig en ontvankelijk is en dat de feiten en omstandigheden voldoende aantonen dat verzoekster niet is opgehouden met betalen.

Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen de hoogte van het curatorensalaris, met name tegen de twee uren die de curator in rekening bracht voor de behandeling van het verzet, de tijd besteed aan gesprekken met derden en het rechtmatigheidsonderzoek. De rechtbank wijst deze bezwaren af omdat de curator zijn werkzaamheden heeft toegelicht en geen uren heeft geschreven na 19 oktober 2021, terwijl werkzaamheden wel zijn verricht.

De rechtbank benadrukt dat het beantwoorden van vragen van personeel en het behandelen van spoedeisende zaken, zoals de vermissing van gehuurde opleggers, tot de taken van de curator behoren. De curator mag de gewerkte uren hiervoor honoreren. De rechtbank vernietigt het faillissementsvonnis, stelt het curatorensalaris vast op €6.850,06 exclusief btw en de verschotten op €274 exclusief btw, en brengt deze kosten ten laste van verzoekster.

Uitkomst: Het verzet tegen de faillietverklaring wordt gegrond verklaard en het curatorensalaris wordt vastgesteld.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie
verzet gegrond
insolventienummer [nummer]
uitspraakdatum: 27 oktober 2021
Vonnis op het verzoekschrift van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
B&S Transport B.V.,
kantoorhoudende te Molenvliet 43
3335 LH Zwijndrecht,
verzoekster,
advocaat: mr. M.W. Huijzer,
strekkende tot vernietiging van het vonnis van deze rechtbank van
28 september 2021, waarbij zij op verzoek van:
[naam] ,
gevestigd te Hoogerheide,
verweerder,
advocaat: mr. M. Oudriss,
in staat van faillissement is verklaard met benoeming van mr. W.J. Roos-van Toor tot rechter-commissaris en met aanstelling van mr. P.J.E.M. Nuiten als curator.

1.De procedure

Het verzetschrift is op 6 oktober 2021 ter griffie ontvangen.
Mr. Huijzer heeft gesteld dat met de aanvrager van het faillissement een regeling is getroffen, en dat verzoekster niet verkeert in de toestand te hebben opgehouden te betalen.
Per e-mailbericht van 26 oktober 2021 heeft mr. Oudriss aan de rechtbank bericht dat verweerder instemt met de vernietiging van het faillissementsvonnis, nu er een betalingsregeling is overeengekomen.
Per e-mailbericht van 26 oktober 2021 heeft mr. Huijzer aan de rechtbank bevestigd dat verzoekster een betalingsregeling heeft getroffen, althans zal worden getroffen, met verweerder, die maakt dat verweerder instemt met de vernietiging van het faillissementsvonnis.
Bij berichten van 25 oktober 2021 en 26 oktober 2021 heeft de curator zijn bevindingen aan de rechtbank doen toekomen. De curator meent dat het verzet gegrond is.
Bij bericht van 27 oktober 2021 heeft de curator verklaard dat er voldoende middelen zijn om zijn salaris te voldoen, en dat door mr. Huijzer voldoende zekerheid is gesteld voor de betaling van de door de rechtbank vast te stellen faillissementskosten. Op de derdengeldenrekening van mr. Huijzer staan de daartoe benodigde gelden, waarvan mr. Huijzer heeft gegarandeerd dat daaruit de faillissementskosten aan de curator zullen worden betaald, zodra het faillissement zal zijn vernietigd.
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen de hoogte van het door de curator verzochte salaris. De curator heeft schriftelijk op het bezwaar gereageerd, waarna verzoeker tenslotte zijn bezwaar heeft gehandhaafd. Kort gezegd komen de bezwaren van verzoeker er op neer dat de curator ten onrecht twee uur heeft opgenomen voor de behandeling van het verzet, onnodig tijd heeft besteed aan gesprekken met diverse derden (waaronder personeel) alsmede onnodig tijd heeft besteed aan (voorbarig) rechtmatigheidsonderzoek.
Op het verzet wordt met instemming van de verzoekster, verweerder en de curator beslist zonder mondelinge behandeling.
De uitspraak is bepaald op heden.

2.De beoordeling

Nu het verzet tijdig is ingesteld, is verzoekster ontvankelijk in haar verzoek.
Gelet op het voorgaande oordeelt de rechtbank dat voldoende is gebleken van feiten en omstandigheden die aantonen dat verzoekster niet verkeert in de toestand van te hebben opgehouden te betalen. De rechtbank zal daarom het vonnis van 28 september 2021 vernietigen en het salaris van de curator en de verschotten vaststellen.
De door verzoeker geuite bezwaren tegen de hoogte van het door de curator verzochte salaris verwerpt de rechtbank. De curator heeft zijn verzoek toegelicht en onweersproken gesteld dat hij zijn werkzaamheden vanaf 19 oktober 2021 niet meer in rekening heeft gebracht. Naar oordeel van de rechtbank kan de curator voor de behandeling op stukken van een verzet niet standaard twee uren in rekening brengen, maar nu de curator voor zijn werkzaamheden vanaf 19 oktober geen uren heeft geschreven terwijl deze wel zijn verricht zoals hij onweersproken heeft gesteld, zal de rechtbank de twee uren niettemin honoreren. Verder overweegt de rechtbank dat de curator gedurende de periode waarin het verzet wordt behandeld weliswaar is gehouden om zich terughoudend op te stellen, maar dat het tot de taken van de curator behoort om, ook in die periode, vragen van personeelsleden te beantwoorden, welke vragen verzoeker kennelijk niet zelf heeft beantwoord of kunnen beantwoorden. Tenslotte is gebleken dat de curator is benaderd door een schuldeiser vanwege de vermissing en het onverzekerd zijn van twee gehuurde opleggers, en het behoort tot de taken van de curator, ook in deze periode van terughoudendheid, om aan deze spoedeisende aangelegenheid aandacht te besteden in het belang van de verzoeker zelf als ook in het belang van de gezamenlijke schuldeisers. Dat de curator deze tijd heeft geschreven onder de noemer “onderzoek rechtmatigheden” is mogelijk verwarrend maar dat doet niet af aan zijn recht op honorering van die werkzaamheden.

3.De beslissing

De rechtbank:
- vernietigt het vonnis van deze rechtbank van 28 september 2021, waarbij verzoekster in staat van faillissement is verklaard;
- stelt het salaris van de curator vast op € 6.850,06 (exclusief de daarover verschuldigde omzetbelasting) en brengt dit bedrag ten laste van verzoekster;
- stelt de verschotten vast op € 274,- (exclusief de daarover verschuldigde omzetbelasting) en brengt dit bedrag ten laste van verzoekster.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Aukema, rechter, en in aanwezigheid van mr. T. Mulder, griffier, in het openbaar uitgesproken op 27 oktober 2021. [1]

Voetnoten

1.Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.