Verzoeker heeft verzet ingesteld tegen het vonnis van 12 oktober 2021 waarin hij failliet werd verklaard. Dit verzet is tijdig ingediend en ontvankelijk verklaard door de rechtbank Rotterdam.
Tijdens de procedure is gebleken dat verzoeker met de aanvragers van het faillissement een betalingsregeling heeft getroffen en zekerheid heeft gesteld op een derdenrekening voor zowel de vordering van de aanvragers als voor de faillissementskosten. Verweersters, de stichting Pensioenfonds Metaal en Techniek en anderen, hebben ingestemd met de vernietiging van het faillissementsvonnis.
Ook de curator heeft haar bevindingen kenbaar gemaakt en is van mening dat het verzet gegrond is. Gezien deze feiten oordeelt de rechtbank dat verzoeker niet langer in de toestand verkeert van het hebben opgehouden te betalen. Daarom vernietigt de rechtbank het faillissementsvonnis van 12 oktober 2021 en stelt het salaris en de verschotten van de curator vast op € 800,- inclusief BTW.
De uitspraak is gedaan zonder mondelinge behandeling met instemming van alle betrokken partijen. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen acht dagen na de uitspraakdatum.