Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..De procedure
- de dagvaarding van 30 juli 2021, met producties,
- de conclusie van antwoord, met producties.
Rechtbank Rotterdam
In deze civiele zaak vordert eiser in het incident dat de handelskamer zich onbevoegd verklaart en de zaak verwijst naar de kamer voor familiezaken. De rechtbank stelt vast dat zij op grond van artikel 42 Wet Pro RO bevoegd is om in eerste aanleg van alle burgerlijke zaken kennis te nemen.
De hoofdzaak betreft het vaststellen van een verplichting tot levensonderhoud, waarvoor volgens jurisprudentie van de Hoge Raad (2 mei 2003) een verzoekschriftprocedure geldt, ook indien het levensonderhoud gebaseerd is op een overeenkomst. Artikel 69 Rv Pro bepaalt dat de procedure voortgezet moet worden volgens de regels van de verzoekschriftprocedure en zo nodig verwezen naar een andere kamer.
De rechtbank wijst de vordering van eiser in het incident toe, verklaart de handelskamer niet onbevoegd en bepaalt dat de procedure wordt voortgezet door het team familie te Rotterdam. Verweerster in het incident wordt veroordeeld in de proceskosten van het incident, begroot op € 563,00. Het vonnis is gewezen door mr. drs. J. van den Bos en op 17 november 2021 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot onbevoegdverklaring af en verwijst de procedure door naar het team familie volgens de verzoekschriftprocedure.