Op 19 mei 2016 trof de politie in pand 11C te Vlaardingen 108 kilogram henneptoppen aan, samen met materialen voor hennepkweek. Camerabeelden tonen verdachte samen met medeverdachten dozen met hennep te verplaatsen tussen panden 11A, 11C en 11E. DNA-onderzoek koppelde een medeverdachte aan voorwerpen in het pand.
De verdediging voerde aan dat verdachte geen wetenschap of beschikkingsmacht had over de hennep, maar de rechtbank achtte op basis van camerabeelden en andere bewijzen bewezen dat verdachte bewust en in nauwe samenwerking met anderen de hennep in bezit had. Verdachte werd vrijgesproken van andere tenlasteleggingen.
De rechtbank oordeelde dat het feit strafbaar is als medeplegen van bezit van hennep. Gezien de ernst van het feit, de grootschalige aanpak en eerdere veroordeling van verdachte, was een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend. Echter, vanwege overschrijding van de redelijke termijn en eerdere transactievoorstellen, legde de rechtbank een geldboete van €8.000 op.
De rechtbank verklaarde verdachte strafbaar, veroordeelde hem tot betaling van de boete en stelde dat bij niet-betaling 75 dagen hechtenis volgt. Conservatoir beslag op geld en goederen blijft gehandhaafd voor zover boven de boete. Het vonnis werd uitgesproken door de meervoudige kamer van de rechtbank Rotterdam op 26 november 2021.