ECLI:NL:RBROT:2021:11745
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ontnemingsvordering wegens onvoldoende bewijs wederrechtelijk voordeel hennepverkoop
De rechtbank Rotterdam behandelde op 12 november 2021 de ontnemingsvordering tegen de veroordeelde, die eerder was veroordeeld voor het opzettelijk handelen in strijd met het verbod van artikel 3, onder C, van de Opiumwet op 19 mei 2016.
De officier van justitie vorderde ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ter hoogte van €9.000,-, gebaseerd op een rapportage van 26 september 2018 waarin werd gesteld dat de veroordeelde voordeel had behaald uit de verkoop van een aanzienlijke hoeveelheid hennep aan een onbekende man.
De rechtbank stelde vast dat op 19 mei 2016 108 kilogram henneptoppen in een pand in Vlaardingen waren aangetroffen en dat op camerabeelden van 14 mei 2016 dozen werden geladen door een onbekende man. Echter, het dossier en bewijsmiddelen boden onvoldoende zekerheid dat de dozen daadwerkelijk hennep bevatten en dat verkoop aan de onbekende man had plaatsgevonden.
Daarom werd niet aannemelijk geacht dat de veroordeelde wederrechtelijk voordeel had verkregen. De ontnemingsvordering werd afgewezen.
Uitkomst: De ontnemingsvordering van €9.000,- wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van wederrechtelijk verkregen voordeel.